Plan van aanpak monitoringssystematiek PAW gereed

27-08-2020
4147 keer bekeken

Bij leren hoort weten wat je doet en wat het oplevert. Het PAW heeft een monitoringssystematiek ontwikkeld die de voortgang van de proeftuinen en het programma in beeld brengt. Daarbij hoort een combinatie van reflectie, feiten en cijfers en een onafhankelijke wetenschappelijke analyse.

Leren om verder te ontwikkelen

PAW heeft als doel: leren op welke wijze de wijkgerichte aanpak kan worden ingericht en opgeschaald. Hierbij staat lokaal, collectief en institutioneel leren centraal. Dit heeft het doel om de ontwikkeling naar aardgasvrije wijken te versnellen. Het lokale leren vindt plaats in de proeftuinen waar gemeenten samen met (lokale) partijen en bewoners aan de slag zijn met het aardgasvrij maken van een wijk. De leerervaringen van de proeftuinen, maar ook van andere wijken, worden via het Kennis- en Leerprogramma (KLP) breder ontsloten zodat de kennis voor alle gemeenten beschikbaar komt. Dit is het collectief leren. Ook de helpdesk PAW, de nieuwsbrieven en de PAW-website dragen hieraan bij. Het institutioneel leren is de vertaling van leerervaringen naar beleid om te zorgen voor de goede condities om woningen van het aardgas af te halen.

PAW-monitor

De monitor brengt de voortgang van de proeftuinen en de (tussen)resultaten van het programma in beeld. De monitor is vorig jaar gestart met een reeks interviews met de proeftuinen (reflectieve monitor) en is inmiddels aangevuld met twee andere onderdelen. De monitor bestaat uit een jaarlijkse cyclus waarbij zowel kwalitatieve als kwantitatieve gegevens worden verzameld en geanalyseerd. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) levert met haar wetenschappelijke analyse, een belangrijke onafhankelijke bouwsteen voor de monitor.  

De drie vaste onderdelen van de monitor zijn:

  1. Reflectieve monitor: via interviews wordt inzichtelijk wat er binnen de proeftuinen speelt, waar ze tegenaan lopen en wat zij leren. Hiermee ontstaat een beeld van de opgaven van de proeftuinwijken, eventuele lessen die gedeeld kunnen worden en wat er op nationaal niveau nodig is om opschaling mogelijk te maken.
  2. Kwantitatieve monitor: Dit onderdeel brengt een aantal feiten en cijfers in beeld. Zoals het aantal van het aardgas afgehaalde woningen en gebouwen en de ontwikkeling van de energielasten. Hiervoor wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande registraties en data, aangevuld met een jaarlijkse enquête onder de projectleiders van de proeftuinen.
  3. Onafhankelijke wetenschappelijke analyse door het PBL: Dit onderzoek richt zich op de ervaringen van een brede set van betrokkenen bij de proeftuinen en bij andere ‘koploperwijken’. Dit onderdeel haalt dus niet alleen ervaringen op van proeftuingemeenten, maar ook van andere stakeholders. De vraag die in de PBL-analyse centraal staat luidt: (Hoe) draagt de inrichting van het PAW bij aan het lerend vermogen van de betrokken actoren in het kader van de energietransitie van de gebouwde omgeving?

De monitoringssystematiek is uitgewerkt in het plan ‘Georganiseerd leren; Plan van Aanpak Monitoring en evaluatie Programma Aardgasvrije Wijken’. Dit plan is 26 juni 2020 naar de Tweede Kamer gestuurd.

Evaluatie PAW

De motie Koerhuis van 30 juni 2020 vraagt om een tussentijdse evaluatie van het PAW. Deze evaluatie richt zich vooral op de doelen en inrichting van het programma. Aanbevelingen die hieruit volgen, worden meegenomen bij de verdere uitwerking van het PAW. In 2022, wanneer er drie monitorcycli zijn afgerond, volgt een onafhankelijke evaluatie. In deze evaluatie staan de doeltreffendheid en doelmatigheid van het PAW centraal.

De 27 proeftuingemeenten hebben eind juli 2020 een brief gekregen met uitleg over de monitoring en wat dit concreet voor hen als proeftuingemeente betekent. 

Afbeeldingen

X (voorheen Twitter)

Cookie-instellingen