Gestelde vragen en antwoorden 6 en 8 juli

Op deze pagina vind je een overzicht van alle gestelde vragen en antwoorden uit de chats van de informatiebijeenkomsten van 6 en 8 juli 2021 en het spreekuur derde ronde proeftuinen met bewonerscoöperaties van 6 juli 2021. 

Ga snel naar:

  1. Algemene vragen
  2. Beantwoording vragen over thema: kosten en financiering
  3. Beantwoording vragen over thema: technische oplossingen
  4. Beantwoording vragen over thema: participatie en communicatie
  5. Beantwoording vragen over thema: regie en organisatie
  6. Beantwoording vragen over thema: verbinden van opgaven

Algemene vragen

Indienen van een aanvraag

Klik op 'Lees meer' voor de meestgestelde vragen en antwoorden over het indienen van een aanvraag. 


  • Is het elektronische formulier voor indienen van de aanvraag hetzelfde als voor de tweede ronde of is het formulier verbeterd?
    Het elektronische aanvraagformulier voor de derde ronde is anders ingericht dan die van de tweede ronde. Het aanvraagformulier is als volgt opgebouwd: algemene gegevens, technische oplossingen, de financiële onderbouwing, regie & organisatie, participatie & communicatie en het verbinden van opgaven. Hier kun je de vragen uit het aanvraagformulier terugvinden. Op de website vind je ook een instructie voor het doen van een aanvraag.
  • Is de bereikbaarheid van de PAW helpdesk verbeterd ten opzichte van de tweede ronde?
    Ja. Vragen kunnen gesteld worden via dit contactformulier. De PAW-helpdesk streeft er naar binnen 5 werkdagen te reageren op jouw vraag.
  • Kun je beginnen met de aanvraag en tussentijds opslaan?
    Ja. Het invullen van de aanvraag neemt veel tijd in beslag, daarom is het mogelijk om de aanvraag tussentijds opslaan. In de instructie staat hoe je dit doet. 
  • Het uploaden van studies en overeenkomsten is nieuw in de aanvraag. Kunnen jullie dit toelichten? Waar denken jullie hierbij aan?
    Nieuw in de derde ronde is inderdaad het optioneel uploaden van studies en overeenkomsten. Op de pagina ‘Uitleg uploads’ staat een nadere toelichting over welke documenten je kunt toevoegen en wat het voorgeschreven aantal is.
  • Heb je eHerkenning nodig om het aanvraagformulier te downloaden?
    Ja. Voor het indienen van een aanvraag heeft een gemeente eHerkenning niveau 2+ of hoger nodig en een machtiging RVO-diensten op niveau 2.
  • Is er ook een dummy- of offline formulier beschikbaar?
    Er is geen offline- of dummyformulier beschikbaar, maar alle vragen uit het aanvraagformulier kun je hier vinden. Zie ook de bijlage met de complete uitvraag van de 3e ronde bij de brief die gestuurd is aan alle colleges van B&W.
  • Kan een schatting gegeven worden van de tijd die nodig is voor het opstellen van de aanvraag?
    Dit is ook afhankelijk van hoe ver de gemeente al is met de aanpak en in hoeverre de plannen al concreet zijn uitgewerkt. Meer nog dan in de vorige rondes ligt de nadruk op uitvoeringsgereedheid van de aanpak. Hoe verder de gemeente is met de aanpak, hoe minder tijd er nodig zal zijn voor het opstellen van de aanvraag. Het aanvraagformulier bevat 110 vragen. We adviseren om de pagina Voorbereiden - Programma Aardgasvrije Wijken goed door te nemen.

Vragen over begrenzing/afbakening gebied

Klik op 'Lees meer' voor de meestgestelde vragen en antwoorden de begrenzing/afbakening van een gebied.


  • Kan een aanvraag samen worden gedaan met een andere gemeente? Bijvoorbeeld uit elke gemeente een dorp of afgebakend gebied?
  • Kan een afgebakend gebied ook een combinatie van 4 dorpen zijn, die samen een gebiedscoöperatie hebben?
  • Is een eiland met verschillende dorpen een aaneengesloten geografisch gebied (voor stapsgewijze oplossing)?
  • Bij een aaneengesloten geografisch gebied, kan dat ook een eiland zijn met meerdere bebouwde kernen? Of moet het ook een aaneengesloten bebouwd gebied zijn?
  • Is een gebied met 3 kleine aaneengesloten kernen met circa 500 woningen een gebied?
  • Kan een gemeente verschillende afgebakende initiatieven combineren om toch een gezamenlijke aanvraag indienen?

Antwoord op deze vragen:

In de voorwaarden staat aangegeven: aanvragen kunnen alleen worden ingediend door een gemeente. Aanvragen kunnen alleen worden ingediend voor één aaneengesloten gebied binnen een wijk, buurt of dorp (hierna te noemen: wijk). De aanvraag dient door het college van B&W te zijn goedgekeurd.

Het is mogelijk dat gemeenten gezamenlijk een aanvraag indienen: mits het gaat over een aaneengesloten gebied (die dan de gemeentegrens overschrijdt). In deze situatie moet 1 gemeente wel de hoofdaanvrager zijn, bijvoorbeeld de gemeente met het grootste aandeel aardgasvrije woningen. Hierbij moet duidelijk worden aangegeven welk deel van de te besteden Rijksbijdrage voor het onrendabele deel van de buurgemeente is bestemd. Ook moet aangetoond worden dat de aanvraag door het college van B&W van de buurgemeente is goedgekeurd.

Bij de selectie tot proeftuin loopt de verantwoording over de besteding van de toegekende Rijksbijdrage cq de Specifieke Uitkering onder meer via de gemeenteraad.

Onder een wijk wordt verstaan: een aaneengesloten geografisch geheel van gebouwen. Dit hoeft niet overeen te komen met de wijkindeling zoals gehanteerd wordt door het CBS. Ook dorpen en woonkernen vallen onder de definitie. Verder wordt in dit formulier gesproken over “wijk”. Alle gebouwen in de gekozen wijk maken deel uit van de aanpak. Het uitsluiten van gebouwen binnen het plangebied (bijvoorbeeld vanwege een andere eigendomssituatie of de functie) is niet mogelijk. Een gefaseerde aanpak van de wijk kan wel, geef dit helder aan in de planning van de aanpak.

Diverse vragen derde ronde

Klik op 'Lees meer' voor de beantwoording van de meestgestelde vragen over diverse onderwerpen.


  • Gaat het om 500 woningen of 500 woonequivalenten? Sommige gebouwen (dorpshuizen bijvoorbeeld) staan al gelijk aan meerdere woningen/woonequivalenten. Gaat het over een hele wijk of gaat het over 500 woningen? Kan het zo zijn dat een deel van het dorp per se niet mee wil doen: is er een ondergrens vwb bewonersparticipatie: mag 250 WEQ ook?
    Het gaat om 500 woningen of woningequivalenten. Aangezien er gezocht wordt naar een mix van gebouwtypen, zal dit in de praktijk neerkomen op het optellen van woningeenheden én woningequivalenten. Het aantal woningen is een richtlijn, hier kun je gemotiveerd van afwijken. Het moet wel gaan over één aaneengesloten gebied binnen een wijk, buurt of dorp.

  • Gaat de selectie starten na 1 november 2021? Of (direct) na het indienen van de aanvraag?
    In het eerste kwartaal van 2022 maakt de minister van BZK de selectie van de derde ronde proeftuinen bekend. De verschillende fases van beoordeling (start na 1 november 2021) staan vermeld op de website via deze link: Selectie van de nieuwe proeftuinen - Programma Aardgasvrije Wijken

  • Wat wordt bedoeld met goedkeuring van de aanvraag door B&W? Moet de inhoud van de aanvraag goedgekeurd zijn door B&W, of moet het doen van de aanvraag goedgekeurd zijn? Hoe zit het precies met de goedkeuring door het college?
    Goedkeuring door het college B&W is een randvoorwaarde voor indiening van de aanvraag. Hoe deze goedkeuring geregeld wordt, is aan de gemeente zelf om te bepalen. Er hoeft geen collegebesluit te worden aangeleverd. Met het indienen van de aanvraag verklaart de gemeente dat de aanvraag door haar college van B&W is goedgekeurd.

  • Is een aanvraag voor een bedrijventerrein niet mogelijk? De opgave is immers hetzelfde als voor woonwijken en valt ook voor 99% binnen de Gebouwde Omgeving (ipv industrie)
    Het indienen van een bedrijventerrein met een mix van woningen, gebouwtypen en gebouweigenaren is wel mogelijk. Gebieden die uitsluitend de functie van bedrijventerrein of kantoorlocatie hebben, komen niet in aanmerking om een proeftuin te worden in de derde ronde.

  • Kunnen gemeenten die de al een proeftuin hebben een aanvraag indienen voor een proeftuin aardgasvrij wijken? Kun je ook een eerdere aanvraag (met aanpassingen waar nodig) opnieuw indienen? Kan een gemeente een proeftuin krijgen, ook als er al eentje loopt? Bij een eerdere ronde heeft onze gemeente ook een aanvraag gedaan, is het toegestaan nog een aanvraag te doen in een andere ronde?
    Ja, het is toegestaan om als gemeente opnieuw een aanvraag in te dienen -voor dezelfde of voor een andere wijk-, ook als je eerder al een aanvraag hebt ingediend voor de eerste en/of de tweede ronde proeftuinen. Graag wijzen we je er wel op dat we In de deze laatste ronde gericht zoeken naar proeftuinen die een aanvulling zijn op de bestaande 46 proeftuinen om van te leren. zie deze link.

  • Is het toegestaan om twee aanvragen in deze ronde te doen?
    Nee, dit is niet toegestaan. Elke gemeente kan per ronde één aanvraag indienen.

  • Opschalingsperspectief: betreft dit opschaling in de wijk, of juist opschaling naar andere wijken in NL, of beide?
    Het gaat om beide. Onder opschalingsperspectief wordt verstaan: de inschatting van de mate waarin de aanpak op andere plekken in de gemeente en in het land is toe te passen. Aan de gemeente wordt gevraagd om een inschatting te geven van de opschalingsmogelijkheden van de aanpak, zowel binnen de eigen gemeente (in andere kernen of wijken) als in de rest van het land. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op veel voorkomende woningvoorraadkarakteristieken en/of bepaalde doelgroepen met passende verduurzamingsarrangementen (technische oplossing en ontzorgende methodiek). Ook wordt gekeken naar het opschalingsperspectief van de gekozen maatregelen en de ontzorgingsaanpak, zie daarvoor paragraaf 2.8.

  • Welke leer- en verbeterpunten zijn er de proeftuinen, zoals uit het filmpje over proeftuin Assen?
    De voorgangsrapportage van het Programma Aardgasvrije wijken over 2020 geeft een goed beeld van wat er in de proeftuinen geleerd is en ook wat er nodig is. Zie de link naar de Voortgangsrapportage 2020: leren in praktijk is noodzakelijk en kost tijd - Programma Aardgasvrije Wijken

    Daarnaast is er een rubriek ‘PAW in de praktijk’, waar proeftuingemeenten hun ervaringen delen over: Hoe pak je dat aan, een wijk aardgasvrij maken? Zie PAW in de praktijk - Programma Aardgasvrije Wijken

  • Hoe groot is de kans dat er een 4e ronde proeftuinen komt?
    Er komt geen 4e ronde, de minister van BZK heeft aangekondigd dat dit de 3e en de laatste ronde proeftuinen aardgasvrije wijken is.

  • Hoe kansrijk is mijn potentiële aanvraag voor de Rijksbijdrage?
    Het is aan gemeenten zelf om de afweging te maken om een aanvraag al dan niet in te dienen. PAW kan geen uitspraak doen over in hoeverre een aanvraag kansrijk is. Bij de afweging is het van belang dat in deze ronde gericht gezocht wordt naar aanpakken die een aanvulling zijn op de huidige 46 proeftuinen om van te leren. Daarnaast moet isolatie onderdeel zijn van de aanpak. Er moet voldaan worden aan de randvoorwaarden. Bij het maken van een selectie wordt gekeken naar de algehele kwaliteit van de aanvraag en naar de selectiecriteria uitvoeringsgereedheid, energiebesparing & CO2-reductie en opschalingsperspectief. Bij het samenstellen van de selectie gelden ook de zogenaamde spreidingscriteria. Zie ook: Selectie van de nieuwe proeftuinen - Programma Aardgasvrije Wijken

Selectieproces en beoordeling 

Klik op 'Lees meer' voor de meestgestelde vragen en antwoorden over het selectieproces en de beoordeling.


  • Hoe wordt deze ronde beoordeeld en wordt daar meer transparantie in gegeven dan bij de 2e ronde?
  • Wordt er bij deze ronde beter aangegeven waarop en hoe er gescoord kan worden?
  • Hoe verhouden de criteria zich tot elkaar? Moeten aanvragen aan alle criteria voldoen (eis), of kan ik ze meer beschouwen als 'wensen' waarop de nieuwe proeftuinen kunnen scoren? (Hoe meer criteria je voldoet, hoe beter je scoort)
    De selectiecriteria die worden gehanteerd zijn aangegeven in paragraaf 1.4 van de uitvraag. Allereerst speelt de algehele kwaliteit van de aanvraag op de uitgevraagde vijf thema’s een belangrijke rol. Daarnaast wordt in het bijzonder gelet op uitvoeringsgereedheid, energiebesparing en –efficiëntie en opschalingsperspectief. Deze criteria zijn nader toegelicht.
    De Adviescommissie Aardgasvrije Wijken zal nadrukkelijk kijken naar alle criteria. Hoe beter een aanvraag op alle criteria scoort, hoe meer kans er is om geselecteerd te worden als proeftuin. Bij het opstellen van een advies voor de selectie kijkt de Adviescommissie ook naar de zogenaamde spreidingscriteria. Het kan voorkomen dat een aanvraag goed scoort op kwaliteit, uitvoeringsgereedheid, CO2-reductie en opschalingsperspectief en toch niet geselecteerd wordt op grond van de spreidingscriteria. Andere aanvragen kunnen vanwege de spreidingscriteria beter passen in de portefeuille van alle proeftuinen om van te leren.
    De wijze van beoordeling en de selectie zal in meerdere fases plaatsvinden en staat hier beschreven. 
  • Er is 50 miljoen budget voor de 3e ronde, betekent dat ook maar circa 12 toewijzingen? Betekent 10-12 aanvragen icm regionale spreiding simpelweg 1 proeftuin per provincie? Wordt spreiding over het land bekeken vanuit de 3e ronde of gerelateerd aan totaal aantal proeftuinen?
    Voor deze ronde proeftuinen is maximaal 50 miljoen euro beschikbaar. Hierbij wordt uitgegaan van een gemiddelde Rijksbijdrage van 4 miljoen euro per proeftuin. Dat betekent dat er circa 12 proeftuinen geselecteerd zullen gaan worden.

    Net als in de tweede ronde proeftuinen speelt het criterium van de regionale spreiding een minder stringente rol. Uiteraard blijft een evenwichtige verdeling van proeftuinen over heel Nederland het streven. Het is aan de Adviescommissie Aardgasvrije Wijken om hier de afweging over te maken.

    Er zal dus niet in de 3e ronde ‘1 proeftuin per provincie’ worden geselecteerd. De evenwichtige spreiding zal bovendien bekeken worden vanuit het totaal aantal proeftuinen (uit alle rondes) over de verschillende regio’s.

  • Zitten er ook gemeenten in de Adviescommissie? En bewoners? Zit ook de koepel van energiecoöperaties in de Adviescommissie?

    Nee, er nemen geen individuele gemeenten of bewoners deel aan de Adviescommissie. Gemeenten zijn vertegenwoordigd via de koepelorganisatie: de VNG. Huurders zijn vertegenwoordigd via de koepelorganisatie: de Woonbond.

    De Adviescommissie Aardgasvrije Wijken bestaat uit:

    • Prof. dr. ir. Anke van Hal, Hoogleraar Duurzaam Bouwen, Nyenrode Business Universiteit;
    • Prof. dr. Maarten Hajer, Hoogleraar Urban Futures, Universiteit Utrecht;
    • Vereniging van woningcorporaties, Aedes;
    • Bouwend Nederland;
    • Energie-Nederland;
    • Nederlandse Vereniging Duurzame Energie;
    • Netbeheer Nederland;
    • Techniek Nederland
    • Vereniging Nederlandse Gemeenten;
    • Woonbond;
    • Unie van Waterschappen
    • Interprovinciaal Overleg
    • Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
    • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
       
  • Hoe gaan de beoordelaars om met deelname op basis van vrijwilligheid van de woningeigenaars?
    De Adviescommissie Aardgasvrije Wijken begrijpt vanuit haar eigen achtergrond en expertise dat er voor woningeigenaren in de huidige situatie altijd sprake is van deelname op basis van vrijwilligheid. Bij het beoordelen van de aanvragen zal wel scherp gekeken worden naar hoe woningeigenaren ‘verleid ’cq  meegenomen worden in de aanpak naar aardgasvrij, bijvoorbeeld wat het collectieve aanbod is aan de woningeigenaren:  het gaat dus om de inzet van de gemeenten en de partners van de aanpak om een zo groot mogelijke deelname van woningeigenaren te bereiken. Dit heeft betrekking op alle thema’s van de aanvraag (financieel aanbod, technisch plan, participatie en communicatie, verbinden van opgaven).  

Rijksbijdrage

Klik op 'Lees meer' voor de meestgestelde vragen en antwoorden over de Rijksbijdrage.


  • De aanvraag betreft een bedrag INCL. BTW. De uitkering is EXCL. BTW. Kunt u uitleggen waarom dit is?
    De gemeente doet een aanvraag inclusief BTW en krijgt, bij selectie, voor dat hele bedrag een specifieke uitkering toegewezen. De uitkering wordt in tweeën gesplitst. Het gedeelte exclusief de BTW-component wordt via een specifieke uitkering overgemaakt aan de gemeente door het ministerie van BZK. De BTW-component ontvangt de gemeente na een aanvraag bij het BTW Compensatiefonds.

    In uitvraag hierover staat:
    -welk deel van de BTW-kosten van de toegekende Rijksbijdrage maakt de gemeente aanspraak op het BTW-compensatiefonds? [in euro’s]
    Dit deel zal niet uitgekeerd worden via het gemeentefonds, maar vraagt de gemeente zelf terug bij het BTW-compensatiefonds. Voor vragen over het BTW-compensatiefonds raden wij u aan in eerste instantie bij uw eigen financiële afdeling te informeren. Overheden betalen niet in alle gevallen BTW. Afhankelijk van de wijze waarop de wijkaanpak is ingericht, kan uw gemeente gebruik maken van het BTW-compensatiefonds.

  • Als je geselecteerd wordt tot proeftuin: staat de Rijksbijdrage dan ook in het 1e kwartaal 2022 op de bankrekening van de gemeente of van de bewonerscoöperatie?
    De Rijksbijdrage zal via een specifieke uitkering (SPUK) overgemaakt worden naar de bankrekening van de aanvragende gemeente. De gemeente zal zelf, indien hier sprake van is, een deel van het bedrag over moeten maken naar een bewonerscoöperatie of andere partner. Hierbij dienen de regels voor staatssteun in acht te worden genomen. Wanneer de Rijksbijdrage precies wordt uitgekeerd, is allereerst afhankelijk van het moment dat de selectie van de proeftuinen bekend wordt gemaakt in het eerste kwartaal van 2022. U wordt dan ook nader geïnformeerd over hoe dit in werking zal gaan: welke (gedeelte) van de Rijksbijdrage al in 2022 wordt uitgekeerd en de jaren erna.  

  • In hoeverre is de uitkering bedoeld voor het dekken van proceskosten of het inhuren van bijvoorbeeld projectmedewerkers?
    Projectgebonden proces- en advieskosten mogen onderdeel uit maken van de gevraagde Rijksbijdrage. U kunt hierbij uitgaan van ca. 10% van de totale gevraagde Rijksbijdrage voor proces- en advieskosten.

  • Hoe kunnen we de overdracht van de Rijksbijdrage naar initiatieven of cooperaties het beste voorbereiden? Staatssteun blijft juridisch ingewikkeld.
    (NB: dit antwoord kan mogelijk later nog aangepast worden)

    Bij het aardgasvrij maken van wijken kan een gemeente subsidie of een financiële bijdrage geven aan een eigenaar-bewoner, woningcorporatie of commerciële gebouweigenaar voor bijvoorbeeld het isoleren van woningen of andere gebouwen of voor een aansluiting van woningen op het warmtenet. Als een woningcorporatie of een commerciële gebouweigenaar subsidie ontvangt voor het aardgasvrij maken van gebouwen, kan er sprake zijn van staatssteun. Datzelfde kan gelden bij een subsidie van de gemeente aan een warmtebedrijf voor de uitbreiding van het warmtenet. Er zijn gevallen waarin staatssteun geoorloofd is en er zijn gevallen waarin staatssteun niet geoorloofd is. In het onderstaande wordt dit in beeld gebracht en wordt aangegeven welke procedurele stappen er nodig zijn. In grote lijnen zijn de volgende routes beschikbaar om in zo’n geval subsidie te verstrekken binnen de staatssteun regels:

    • Aan woningcorporaties en commerciële gebouweigenaren kan een zogeheten Dienst van Algemeen Economisch Belang worden opgedragen om binnen de staatssteunregels te kunnen blijven
    • De Algemene groepsvrijstelingsverordening van de Europese Commissie bevat vrijstellingen voor staatssteun met betrekking tot: energie-efficiëntiemaatregelen en stadsverwarming
    • Voor kleine staatssteunbedragen bestaat de mogelijk om zogeheten “de minimis steun” te verstrekken.

Subsidie aan eigenaar-bewoners, die een pand niet bedrijfsmatig gebruiken, is geen staatssteun. Klik hier voor meer informatie over de drie mogelijkheden om geoorloofd staatsteun te verstrekken. Voor een algemene uitleg over staatssteun zie de Handreiking staatssteun voor de overheid.

Start uitvoering 

Klik op 'Lees meer' voor de meestgestelde vragen en antwoorden over start uitvoering.


  • Mag de uitvoering ook al gestart zijn in 2020 of 2021?
    Ja, dat mag. Start van de uitvoering moet echt in 2022 plaatsvinden, uitloop van de start is niet mogelijk. Eerder starten is wel mogelijk.

  • In hoeverre moet het project echt in 2022 starten? Wat is deze start? Mag er ook een uitloop zijn naar 2023?
    Start van de uitvoering moet echt in 2022 plaatsvinden, uitloop van de start is niet mogelijk. Aan de hand van o.a. de planning zoals deze in de aanvraag beschreven is, zal getoetst worden of het aannemelijk is dat de uitvoering van de aanpak in 2022 van start gaat.
    Met start van de uitvoering wordt bedoeld: het doen van elke activiteit die past binnen de aanpak van het aardgasvrij maken van de wijk of binnen de ingediende stapsgewijze aanpak. Activiteiten kunnen variëren van een bewonersbijeenkomst tot het uitvoeren van ingrepen aan gebouwen. In deze definitie is uitvoering dus breder bedoeld dan de fysieke uitvoering / de implementatie.

  • In hoeverre moet het project in 2030 gestopt zijn. Mag er een uitloop zijn?
    De proeftuinperiode loopt tot en met 2030, dit geldt ook voor een stapsgewijze aanpak. Het project (bijvoorbeeld uitvoering van isolatie en hybride oplossingen bij de stapsgewijze aanpak) dient dan ook daadwerkelijk gerealiseerd te zijn.

    De Rijksbijdrage moet ingezet worden gedurende de looptijd van de proeftuin, namelijk van 2022 t/m 2030. De uitkering van de bijdrage gaat middels een specifieke uitkering (SPUK). Verantwoording vindt plaats via het systeem van single information, single audit (sisa). Gevraagd zal onder andere worden naar de indicatoren: besteding van de Rijksmiddelen van dat jaar en de cumulatieve besteding van de Rijksmiddelen tot en met dat jaar.
    Wat betreft het moment waarop de wijk aardgasvrij moet zijn, geldt dat indien er gekozen wordt voor een ‘directe’ aardgasvrij aanpak, de aanpak erop gericht moet zijn om de wijk in 2030 aardgasvrij te maken. Indien er (onderbouwd) gekozen is voor een stapsgewijze aanpak, moet de wijk uiterlijk in 2040 aardgasvrij zijn.  

    Uitzondering hierop is indien er gekozen wordt voor het eindbeeld groen gas of waterstof bij een stapsgewijze aanpak. Dan kan het mogelijk zijn dat de toevoer nog niet geheel verduurzaamd is in 2040 en dat er nog een resterende bron van aardgas is die via de bronnenaanpak verduurzaamd wordt na 2040.

Beantwoording vragen over thema: kosten en financiering

Klik op 'Lees meer' voor de meestgestelde vragen en antwoorden over het thema kosten en financiering.


  • Vraag over: Gemiddelde investering per woning en woning equivalent (rij 8 en rij 10 in bestand ‘Coördinatie aanvraag PAW’). Gaat het om investering voor wijknet? Of ook in woning?
    Alle kosten en investeringen die te maken hebben met het aardgasvrij maken kunnen meegenomen worden. Dit kan ook voor kosten gerelateerd aan maatregelen in de woning gelden.

  • Wij hebben een proeftuin in overweging met een innovatieve oplossing voor verduurzaming. Het eindplaatje is een warmtenet. Het warmtenet kunnen wij zonder subsidie goed realiseren ondanks dat de BAK hoger is dan de maximum vaste prijs van ACM. De subsidie is nodig om de innovatieve aanpak voor verduurzaming mogelijk te maken. Maken wij kans gelet op de BAK?
    Wij kunnen geen uitspraak doen over een eventuele kans bij het indienen van een aanvraag. Het is aan de gemeente zelf om de afweging te maken. Het advies is wel als je afwijkt van wat gebruikelijk is in de markt als kosten voor het aardgasvrij maken van gebouwen/woningen, dat je deze goed onderbouwt.

  • Wat wordt gezien als onrendabele top bij isolatie woningen? Wat moet de bijdrage zijn van de bewoner en welk deel bijdrage rijk?
    Alles wat zich niet zelf terug laat verdienen door de investering kan je toerekenen aan de onrendabele top. De gemeente moet zelf een inschatting maken van de bijdrage vanuit het Rijk en de bewoner. Wel kunnen we je meegeven dat de kosten van de bewoner betaalbaar moet zijn. 

  • Als ik 4 miljoen Rijksbijdrage per proeftuin deel door 500 woningen, kom ik op een Rijksbijdrage van 8000 euro per woning. Is het de bedoeling dat we daar zo dicht mogelijk bij uitkomen?
    Nee, dat hoeft niet. Wel dien je te onderbouwen als je afwijkt van de gemiddelde gevraagde Rijksbijdrage van 4 miljoen euro.

  • Hoe zit het met de looptijd van de voorbeeld sheet? Dat is 20 jaar, maar warmteprijs is van warmtenet wat veel langer is. Mag je restwaarde opvoeren aan het einde 20 jaar?
    Je kunt in de rekentool ook uitgaan van 30 jaar. Eventuele restwaarde mag je ook opvoeren in de rekentool. Het gaat om een zo dicht mogelijke benadering van de werkelijkheid.

  • Wat als er geen onrendabele top is? Kan je ook dan indienen voor ondersteuning? Mag je ook een subsidie geven aan demonstratieprojecten?
    Je kan alleen een aanvraag indienen als er een onrendabele top is en de kosten toewijsbaar zijn aan het aardgasvrij maken van gebouwen/woningen. Mocht ondersteuning leiden tot een onrendabele top, dan mag deze meegenomen worden. Als het demonstratieproject onderdeel is van de 500 woningen, dan kan dat.

  • Banken willen niet meer dan 20% financieren, waar haal je de rest van de financiering vandaan? Invest-NL?
    De gemeente of de eigenaren van de gebouwen/woningen moeten zelf zorgdragen voor de financiering van het project. Er zijn verschillende mogelijkheden om financiering aan te trekken. Dit kan door middel van subsidies of andere externe financiers. 

  • Is er een richtlijn voor het meenemen van de geplande afschrijving / vervangingstermijn van bijvoorbeeld vervangen kozijnen en ramen in de ORT berekening?
    Er is geen richtlijn voor het meenemen van de geplande afschrijving / vervangingstermijn van bijvoorbeeld het vervangen van kozijnen en ramen. De gemeente moet zelf inschatten wat de economische levensduur is van de kozijnen en de ramen.

  • Hoe reëel is woonlastenneutraliteit als uitgangspunt t.o.v. de focus in de selectie op isoleren?
    In de uitvraag wordt gevraagd of de gemeente woonlastenneutraliteit hanteert als uitgangspunt voor huurders en eigenaar bewoners en zo ja, hoe wordt de onrendabele top bij huurders of eigenaar-bewoners ingevuld.

    Betaalbaarheid is een essentieel uitgangspunt. De rijksbijdrage wordt ingezet voor de financiering van de meerkosten bij de uitvoering van het project ten opzichte van het voortzetten van de huidige situatie en betreft het gedeelte van de investeringen dat niet afgedekt kan worden uit de exploitatie, ook wel de ‘onrendabele top’ genoemd. Er wordt ook gevraagd om aan te geven hoe de gemeente de betaalbaarheid borgt voor alle bewoners, als ook voor huishoudens zonder of met beperkte financiële draagkracht.

  • Kan PAW helpen als de financiering moeilijk rond komt? We hebben ervaring dat Invest NL even strenge eisen stelt als banken. Dat we bv. gezamenlijk gesprek met financiers aangaan en kijken naar de risicoanalyses ed.
    De gemeente of de eigenaren van de gebouwen/woningen moeten zelf voor zorgdragen voor de financiering van het project.

  • Voor proceskosten is neem ik aan ook een bijdrage mogelijk, geldt dit ook voor de proceskosten van de opgaven die we verbinden aan de energietransitie?
    Alle kosten die toewijsbaar zijn aan het aardgasvrij maken van de wijk mogen meegenomen worden in de berekening van de onrendabele top.

  • Gratis EPA advies aanbieden kan draagvlak verhogen van middengroep, hoort dit bij de onrendabele top berekening?
    Alle kosten die toewijsbaar zijn aan het aardgasvrij maken van de wijk mogen meegenomen worden in de berekening van de onrendabele top.

  • Hoe hard moet de businesscase zijn als je een PAW-aanvraag indient? Ontwikkelingen van de komende jaren zullen invloed hebben of de BC groene of rode cijfers krijgt.
    Een zo hard mogelijk businesscase presenteren is aan te raden. Daarnaast kan je een risicoanalyse aan leveren waarin de onzekerheden staan en uitgelegd wordt hoe je deze risico’s denkt te kunnen dekken. 

  • Een gemeente wil een proeftuin uitvoeren in drie kleine aaneengesloten dorpen in het buitengebied: uitgestrekt ongeveer lineair gebied, voornamelijk vrijstaande woningen, zeer gevarieerd in leeftijd en energetische kwaliteit. Gemiddeld genomen duur om aardgasvrij te maken. Op kosten per woning verliezen wij hij daarmee altijd, terwijl het project een voorbeeld voor heel veel plattelandsgebieden in Nederland kan zijn. Heeft wel zin om hiervoor een aanvraag te ontwikkelen?
    Een aanvraag wordt op verschillende punten beoordeeld. Bij het indienen van een aanvraag dient het om een aaneengesloten gebied te gaan. Daarnaast dient de financiering zover mogelijk rond te zijn, uitvoeringsgereedheid is een belangrijk criterium. De criteria zijn nader toegelicht via deze link: Voorwaarden in de derde ronde - Programma Aardgasvrije Wijken. Hoe beoordeeld gaat worden, vind je via deze link Selectie van de nieuwe proeftuinen - Programma Aardgasvrije Wijken

  • In de documentatie staat: "BuCa niet in dit format wordt niet in beoordeling meegenomen". Dat lijkt te zeggen: verplicht gebruik maken van de excel op jullie website. Klopt dat? Of gaat het om het gebruik van een excel-rekenblad?
    Je moet alle kosten in een zo duidelijk mogelijk overzicht kunnen presenteren als je een aanvraag indient. Het gebruik van de rekentool is een hulpmiddel. Je mag eigen overzichten aanleveren mits deze duidelijk en overzichtelijk gepresenteerd worden.

  • Kan je andere opgaven, die essentieel zijn om van het aardgas af te gaan, meenemen in de onrendabele top? ('anders lukt het niet' of het proces)
    Neem alle kosten mee die te maken hebben met het aardasvrij maken van de huizen/gebouwen in het desbetreffende gebied. De kosten moeten gedekt worden. Dit kan door het ophalen van subsidies, aantrekken van financiering en/of besparingen. Alles wat niet gedekt wordt, is de onrendabele top.

  • Passen de uitgesplitste BuCa's allemaal in dat ene model?
    Ja, er is rekening gehouden met drie verschillende scenario’s voor de verschillende type woningen/gebouwen. De rekentool is een hulpmiddel. Je mag eventueel extra rekenregels toevoegen mits je dit ook goed laat doorrekenen in de onrendabele top. Je mag ook eigen overzichten aanleveren, mits deze duidelijk en overzichtelijk zijn.

Beantwoording vragen over thema: technische oplossingen

Eindbeeld/technische oplossing(en)

Klik op 'Lees meer' voor de meestgestelde vragen en antwoorden over het eindbeeld/technische oplossing(en).


  • In de brief van minister van BZK aan de colleges van B&W staan de volgende relevante passages:
    Focus op wat aanvullend is op huidige proeftuinen. De evaluatie van het aanvraag- en selectieproces van de tweede ronde proeftuinen2 onderstreept het belang om voor deze ronde focus aan te brengen op wat aanvullend is op de huidige proeftuinen. Uit analyses blijkt dat er nog weinig aanpakken zijn met een warmtenet op basis van lagere temperaturen (<55oC), aanpakken met woningisolatie, al dan niet gecombineerd met een (hybride) warmtepomp, en all-electric oplossingen. Wel zijn er voldoende proeftuinen met midden- of hoge temperatuur (70-90oC) warmtenetten, waterstof en groen gas om van te leren.

    Stapsgewijze oplossingen naar aardgasvrij mogelijk. Voor deze ronde behoren stapsgewijze oplossingen met een groot CO2-besparingspotentieel ook tot de mogelijkheden. Dat is nieuw ten opzichte van de vorige rondes. Stapsgewijs betekent een gefaseerde aanpak waarbij eerst de gebouwen gereed worden gemaakt voor aansluiting op een duurzame warmtebron door goede gebouwisolatie. Dit kan in combinatie met een hybride warmtepomp als tussenstap naar aardgasvrij. Hierbij is het van belang dat het eindbeeld (het alternatief voor aardgas) bekend is en dat de wijkgerichte aanpak centraal staat. De gebouwen moeten op de middellange termijn, vóór 2040, overgaan naar aardgasvrij.

  • Wij hebben een proeftuin in overweging met een innovatieve aanpak voor verduurzaming (veel isolatie). Het eindbeeld is mogelijk een midden-temperatuur warmtenet, maar voor dat onderdeel vragen we geen subsidie. Wat weegt zwaarder: de innovatieve oplossing of het eindbeeld? Zijn alleen aanpakken met LT-warmtenetten kansrijk zijn? Of maken ook MT-warmtenetten met een isolatieaanpak kans?
    We zoeken in deze ronde wat aanvullend is op de huidige portefeuille proeftuinen om van te leren. Daarom zoeken we voor aanpakken waarvan de wijk in 2030 aardgasvrij zal zijn gericht naar aanpakken met LT-warmtenetten of all-electric oplossingen. Voor stapsgewijze aanpakken geldt dat een MT-warmtenet wel mogelijk is, maar dan bij een vooroorlogse woningvoorraad aangezien de isolatie (al dan niet innovatief) gericht moet zijn op het bereiken van de Standaard.

  • Worden HT-warmtenetten keihard uitgesloten?
    Nee. Het is wel zo dat er niet specifiek gezocht wordt naar HT-warmtenet aanpakken, maar juist naar wat aanvullend is op de huidige portefeuille proeftuinen. Er zijn al voldoende proeftuinen met midden- of hoge temperatuur warmtenetten om van te leren. Ook is isolatie gericht op de Standaard deze ronde een randvoorwaarde. Aansluiting op een HT-warmtenet lijkt hierbij geen logische keuze. Een aanvraag met een HT-warmtenet zal waarschijnlijk weinig kansrijk zijn.

  • Is centraal opwaarderen van LT- warmte acceptabel? Of moet de LT tot in de woning gebracht worden?
    Als een lage temperatuur bron centraal wordt opgewaardeerd dan krijg je automatisch een MT-warmtenet. Zie voorgaande antwoorden op de vragen over de kansrijkheid van MT-warmtenetten. Het zou natuurlijk kunnen dat je kiest voor mengvormen waarbij het hoofdnet LT is, maar dat dit voor bijvoorbeeld een cluster vooroorlogse woningen binnen het gebied wordt opgewaardeerd naar MT-warmte.

  • Hoe gespecificeerd moet het eindbeeld zijn? Stel dat er gekozen wordt voor een mix van oplossingen, omdat er ook verschillen zitten qua woningtype, zoals zowel vooroorlogs als naoorlogse woningen. Moet per woningtype worden beschreven hoe het eindbeeld eruit ziet? Is het ook mogelijk om een stapsgewijze aanpak in te dienen met verschillende "eind situaties" bijv. hybride i.c.m. groen gas en all-electric? Hoe om te gaan met een wijk met grotendeels vooroorlogs, maar ook deels na-oorlogs? De warmte-oplossing is immers verschillend. Kan een eindsituatie hybride zijn?
    Afhankelijk van wanneer je een eindsituatie hybride noemt, zijn hier twee antwoorden op mogelijk.

    Het is mogelijk om voor een mix van oplossingen te kiezen, indien de woningen in een wijk sterk verschillen of de situatie anderszins verschilt. Het is belangrijk dat in de aanvraag duidelijk is omschreven waarom voor een bepaald woningtype een bepaald eindbeeld is gekozen.

    Hybride warmtepompen kunnen deel uitmaken van een eindbeeld bij een stapsgewijze aanpak waarbij de wijk pas na 2030 aardgasvrij wordt. Uiteindelijk moet het aardgas dan vervangen worden door een duurzaam gas.

  • Mag bij een stapsgewijze aanpak het eindbeeld nog meer varianten kennen waardoor ruimte ontstaat om gedurende de komende jaren een definitieve keuze te maken voor het eindbeeld?
    Het is de bedoeling dat het eindbeeld bekend is, zodat je weet waarop je moet koersen. Het zou -in enkele gevallen- kunnen dat technologische of marktontwikkelingen ertoe leiden dat er in de loop van de tijd een ander eindbeeld ontstaat. Het is belangrijk dat in de aanvraag duidelijk is omschreven op welk eindbeeld (nu) gekoerst wordt en waarom.

  • Wij overwegen een aanvraag in te dienen voor een naoorlogse buurt waarvoor we een MT-net aan het ontwikkelen zijn. De bron is slechts in één proeftuin eerder toegepast en het energiesysteem kan met de wijk meegroeien naar een LT-systeem richting 2050. Focus 2035 is isolatie en een MT-net. Past dit binnen de aanvraag?
    Allereerst loopt de proeftuinperiode tot en met 2030 en niet tot 2035. De Rijksbijdrage dient uiterlijk in 2030 besteed te zijn en het project gerealiseerd. In dit geval lijkt er dus gekozen te worden voor een stapsgewijze aanpak en niet voor een aanpak waarbij de wijk vóór 2030 aardgasvrij is. Voor een stapsgewijze aanpak geldt dat er gezocht wordt naar LT- of all-electric eindbeelden bij wijken met een naoorlogse woningvoorraad. De aanpak moet erop gericht zijn om dit eindbeeld uiterlijk in 2040 te realiseren om kans te maken om geselecteerd te worden als proeftuin. We zoeken in deze ronde wat aanvullend is op de huidige portefeuille proeftuinen, er zijn al voldoende proeftuinen met midden- of hoge temperatuur warmtenetten.

  • Waarom ligt de focus op lage temperatuur eindbeelden? Met R290 koelvloeistof kan je oude radiatoren laten hangen. De EU wil meer R290 omdat dat een veel lager footprint oplevert. Ter verduidelijking: We zijn bezig met PVT, energieopslag bij particulieren en R290 waarbij je zelfvoorzienend wordt; kostenpositief voor de particuliere woningeigenaar. Dat lijkt voor diverse type woningen mogelijk.
    Vermoedelijk duidt de vragensteller op het koudemiddel R290 (propaan) dat in warmtepompen gebruikt kan worden. Dit koudemiddel heeft een veel lagere footprint als broeikasgas vergeleken met veel andere koudemiddelen. Van alle koudemiddelen in warmtepompen is het echter zo dat dit in principe binnen het apparaat wordt gebruikt, en niet vrij zou moeten komen in het milieu. Derhalve heeft het geen directe impact tijdens gebruik van een warmtepomp op de broeikaswerking van de atmosfeer. Het gebruik van alternatieve koudemiddelen leidt dus niet automatisch tot minder energiegebruik. In potentie kan R290 wel gebruikt worden om hogere temperaturen op te wekken met een warmtepomp. Echter, het blijft staan dat bij een grotere temperatuursprong van de warmtepomp, het rendement omlaag gaat en dus meer (elektrische) energie input nodig is.

  • Moet je de eindoplossing ook meenemen in je gevraagde bijdrage, ook als die pas na 2030 volgt?
    Alleen eindoplossingen die vóór of in 2030 worden geïmplementeerd, kunnen worden meegenomen in de begroting van de aanvraag (dus in de berekening van de hoogte van de gevraagde Rijksbijdrage). De Rijksbijdrage moet uiterlijk in 2030 besteed zijn.

  • Als er wel zekerheid is over de beschikbaarheid van groen gas, mag ik dit dan wel meenemen in de aanvraag?
    In de uitvraag is aangegeven dat de opwek van duurzame gassen niet kan worden meegenomen in de (financiële) onderbouwing van de aanvraag. Daarnaast is het zo dat er beleidsmatig nog geen heldere kaders zijn of en hoe groen gas toegekend kan worden aan bepaalde toepassingen of gebruikssegmenten. Ofwel, groen gas kan niet als eindbeeld worden meegenomen in een aanvraag die al in 2030 aardgasvrij is. Het is wel mogelijk om groen gas in een stapsgewijze aanpak als eindbeeld te hebben. De kosten binnen de aanvraag zitten dan in energiebesparing door isolatie en bijvoorbeeld hybride warmtepompen.

  • We overwegen om een aanvraag te doen. Het idee is een aanpak gericht op het aardgasvrij ready maken van de woningen, de focus ligt op isolatie. We willen toewerken naar minimaal label C voor een toekomstig MT-warmtenet in een wijk. Echter zijn de precieze details over het warmtenet voorlopig nog niet uitgewerkt, of dit warmtenet er komt in 2030 of 2035, is nog niet duidelijk. Dus in de aanvraag wordt geen geld gevraagd voor het warmtenet en de techniek die daarbij komt kijken, maar enkel voor isolatie maatregelen. Is het mogelijk enkel daarvoor een Rijksbijdrage te vragen?
    In het kader van de stapsgewijze aanpak is het mogelijk om voorstellen in te dienen die niet in 2030 al leiden tot een aardgasvrije oplossing, en derhalve vooral kosten voor isoleren en eventueel hybride oplossingen omvatten. De einddatum voor ingediende projecten om aardgasvrij te worden ligt in dat geval op 2040. Het is wel zo dat het eindbeeld voor naoorlogse wijken naar een LT-oplossing gaat en niet naar een MT oplossing (zie eerdere vragen). Daarnaast moet de mate van isolatie gericht zijn op het bereiken van de Standaard voor woningisolatie, het is de vraag of isoleren naar label C daaraan voldoet. Het lijkt erop dat er wordt afgeweken van de Standaard: dan is een heldere onderbouwing/motivatie nodig waarom er wordt afgeweken.  

  • Bij ZLT warmtenetten mag volgens ACM naast het vastrecht, geen tarief worden berekend voor warmte (Gigajoules). Heeft PAW hierover gesprekken met ACM?
    PAW heeft geen direct contact met de ACM over ZLT-tarieven. Beleidsontwikkeling hierover gaat via het Ministerie van EZK, de vraag is uitgezet, het antwoord op deze vraag volgt nog. 

Standaard voor woningisolatie 

Klik op 'Lees meer' voor de meestgestelde vragen en antwoorden over de Standaard voor woningisolatie.


  • In het algemene deel over de randvoorwaarden en de selectiecriteria staat;

    “Deze ronde worden uitsluitend aanpakken geselecteerd waarbij isolatie onderdeel uitmaakt van de aanpak. De isolatieaanpak moet gericht zijn op het bereiken van de Standaard voor woningisolatie.”

    Wat houdt in dat isolatie gericht is op de standaard? Wat als je bv. met je eigen berekeningen tot een lagere afgifte temperatuur komt? Kan je onderbouwd afwijken van de standaard?
    Het is in elk geval van belang dat een isolatieaanpak onderdeel uitmaakt van de aanpak. De bedoeling is dat dit ook leidt tot het isoleren tot tenminste het niveau van de Standaard. Er kunnen echter in de praktijk omstandigheden zijn, waardoor de Standaard niet geheel gehaald kan worden, bijvoorbeeld omdat de kosten dan onevenredig hoog worden. Daarom is het geen harde eis de Standaard te halen, maar moet de aanpak gericht zijn op het behalen ervan. Gemotiveerd afwijken kan, deze afwijkingen moeten wel goed onderbouwd worden. Meer toelichting via deze link: Nieuwe standaard voor woningisolatie - Programma Aardgasvrije Wijken

  • Welke energielabels horen bij de standaard norm?
    Dit is niet precies 1:1 te vertalen, omdat de berekeningsmethode anders is. Grofweg komt de Standaard voor naoorlogse woningen op schillabel A-B, en voor vooroorlogse woningen op schillabel C-D.

  • Bij een ZLT-warmtenet is isolatie van iets minder belang dan bij een LT warmtenet, moet er evengoed worden voldaan aan de isolatie standaard?
    Ja, isolatie gericht op de Standaard moet onderdeel zijn van de aanpak.

  • In de praktijk merken we dat initiatieven soms tot andere berekeningen komen dan die waarop de Standaard is gebaseerd. De praktijk is nog maar net op gang. Dus kan in de beoordeling ruimte zijn voor praktijkervaring en andere berekeningen?
    De Standaard is als referentie genomen, omdat het voortkomt uit het Klimaatakkoord en daaruit voortvloeiend beleid. We willen een betaalbare en haalbare warmtetransitie, mochten er aanpakken zijn die -gebaseerd op praktijkervaring- komen tot andere oplossingen, dan is dit mogelijk, mits dit goed onderbouwd is.

  • Als voor een specifiek bouwdeel de standaard isolatiewaarde buitenproportioneel duur is, met een beperkte invloed op de resterende warmtevraag, is het dan ook mogelijk om te optimaliseren met als resultaat een comfortabel te verwarmen woning met een warmtevraag 50 kWhth/m2?
    De Standaard biedt de mogelijkheid om te variëren tussen verschillende maatregelen, precies om de reden die de vraagsteller aangeeft. Het is dus mogelijk om mindere waarden op bepaalde bouwdelen te compenseren met betere prestaties op andere bouwdelen.

  • Wat als ik ga werken met PVT, warmteopslag en zo meer warmte binnen haal en minder isolatie nodig heb? Mag ik dat tegen de isolatiestandaard wegstrepen?
    Nee, wegstrepen is niet het uitgangspunt, dat is isoleren gericht op de Standaard. Wel is het zo dat we uiteindelijk op zoek zijn naar betaalbare aardgasvrije en CO2 arme oplossingen die zo min mogelijk knelpunten veroorzaken op andere onderdelen van het energiesysteem, bijvoorbeeld het vermijden van piekvraag in het elektriciteitssysteem op momenten dat dit systeem al zwaar belast gaat worden.

  • Hoe hard is de voorwaarde "standaard isolatie" en wat betekent dit voor al uitgevoerde isolatiemaatregelen die hier (net) niet aan voldoen?
    Zie bovenstaande antwoorden. Het gaat uiteindelijk om een betaalbaar CO2 arm verwarmingssysteem voor de gebouwde omgeving. Binnen het Klimaatakkoord is afgesproken dat de isolatiestandaard hier een goed handvat voor biedt. In de uitvraag is het geformuleerd als: “De isolatieaanpak moet gericht zijn op het bereiken van de Standaard voor woningisolatie”. Afwijken is wel mogelijk, mits goed onderbouwd.

  • Krijg je meer 'punten' als je richting streefwaarden isoleert in je aanpak?
    Er wordt niet gewerkt met een bepaalde puntenscore. Het is wel zo dat isoleren gericht op de Standaard een randvoorwaarde is voor het doen van een aanvraag. De aanvraag wordt getoetst op de randvoorwaarde.  

  • Hoe ga ik om met de isolatie-eisen voor monumentale woningen in een wijk (200 van de 1000 woningen)?
    Voor monumentale woningen is het vaak ingewikkelder om aan de Standaard te voldoen, omdat het kan botsten met de regels voor monumenten of dat het gebouw zich daar niet voor leent. In dat geval kunt u gemotiveerd afwijken van de Standaard. Kijk in die gevallen ook naar wat wél mogelijk is.

  • Hoe hard is de eis van lage temperaturen en isolatie? Moet dat voorop staan?
    Dit is als prioriteit aangemerkt. Dat staat dus inderdaad voorop. Zie voor nuanceringen ook de antwoorden op de eerder gestelde vragen.

Techniek in relatie tot participatieve aanpak

Klik op 'Lees meer' voor de meestgestelde vragen en antwoorden over techniek in relatie tot participatieve aanpak. 


  • Waar we in de vorige ronde tegenaan lopen en ik had ook begrepen dat deze ronde daar ook voor bedoeld was, is juist die participatie. Hoe gaan we de 2.500 particuliere woningbezitters in onze wijk, laaggeletterd, eenzaam en in armoede, met de laagste leefbaarheidsfactor in de wijde omgeving, aanhaken? Daar hebben we een plan voor. Onze eerste stap is dus die mensen aanhaken en dan tot 2030 isoleren. Pas daarna zijn we transitie-ready en gaan we een techniek toepassen. Dus ik ben wel heel benieuwd naar dat uitvoering gereed want ik had juist begrepen dat de focus tot 2030 op isoleren lag en daarna pas een techniek toepassen?

    We verwachten een grote variatie van oplossingen in onze wijk, mede omdat we focussen op ontzorging, eigenaarschap en zeggenschap over het energiesysteem. Een stapsgewijze aanpak in de tijd waarbij de warmte oplossing niet vast staat. Techniek is dus ook een uitkomst en dus ondergeschikt aan dit langjarige wijkproces van stapsgewijze verduurzaming. Ook technologische mogelijkheden zullen veranderen. Hoe specifiek moeten er keuzen worden gemaakt op techniek en hoe precies de berekening?

    Jullie vragen naar een ontzorgings'methodiek'. We denken aan een ontzorgingsbedrijf dat individuele bewoners, maar ook groepen van bewoners / eigenaren geclusterd gaat ontzorgen. Technische oplossingen hierbij zijn maatwerk, in overleg met de eigenaren te bepalen en na (detail) schouw van het vastgoedobject. En dat weten we nu dus nog niet. We spreken bv pas in 2022 met die partij. Hoe gaan we hiermee om, als u vraagt naar inzicht in de technische oplossingen?
    Bovenstaande vragen hebben ook iets te maken met de fase waarin een project zich bevindt. Idealiter is een wijkproces al helemaal doorlopen en ben je in de fase dat technische en financiële randvoorwaarden al geheel te onderscheiden en te begroten zijn. We begrijpen dat dit niet bij elke aanvraag voor een Rijksbijdrage zo zal zijn en er dus op het gebied van participatie en draagvlak of op het gebied van techniek en financiën nog vragen openstaan. Het is echter wel zo dat als een project minder ver is in technische en financiële uitwerking, er in mindere mate voldaan zal zijn aan het criterium uitvoeringsgereedheid. Dit criterium is deze ronde zwaarwegend en uitgebreid beschreven in de uitvraag onder 1.4.1. Voorwaarden in de derde ronde - Programma Aardgasvrije Wijken

    Daarnaast geldt dat ook voor stapsgewijze aanpakken (waarbij de wijk uiterlijk in 2040 aardgasvrij is) het eindbeeld wel al bekend moet zijn, zie ook de antwoorden op eerdere vragen. 

Diverse, overige vragen

Klik op 'Lees meer' voor de meestgestelde vragen en antwoorden over diverse, overige vragen binnen dit thema. 


  • Speelt de energie-inhoud van gebruikt isolatie- en bouwmateriaal een rol? Sommige materialen verdienen zich energetisch veel sneller terug dan andere.
    We hebben dit niet specifiek uitgevraagd, dus het wordt niet automatisch meegenomen in de beoordeling. Echter: indien dit aspect bekend is en het interessant lijkt om over te leren, dan verdient het aanbeveling om het op te nemen.

  • Vraag over: basislast en piekvoorziening (rij 48 in bestand ‘Coördinatie aanvraag PAW’) Wat zijn de te hanteren definities voor ‘basislast’ en ‘piekvoorziening’
    Het is bekend dat sommige bronnen van warmte uitstekend geschikt zijn om een basislast te leveren, maar minder geschikt om een pieklast te leveren. We willen graag inzicht in de verhouding basislast en pieklast van het ingediende systeem. Het is bijvoorbeeld bekend dat een geothermische bron uitstekend warmte kan leveren als basislast maar dat aanvullende bronnen of een opslagsysteem nodig zullen zijn om pieklast in de winter te kunnen leveren. Dit is ook nodig om een doorvertaling te kunnen maken naar CO2 reductie van het totale systeem.

  • Kun je bij CO2-reductie eigen opwek van groene stroom of inkoop van GVO’s meenemen?
    Nee. Je kunt dit benoemen als onderdeel van een groter geheel, maar het telt niet mee in CO2 reductie van het warmtesysteem. Het is een plus in de beoordeling van het totaalsysteem, zeker als het anticipeert op vermijden van piekvraag of anderszins vermijden van problemen op het elektriciteitsnet.

  • Innovatie, indien een plein binnen onze proeftuin een oplossing heeft voor het vollooprisico van een collectieve oplossing, dan zou een collectieve wko voor dat plein een oplossing kunnen zijn. Zonder dat het beeld is dat dat per se in de andere pleinen wordt overgenomen. Is dat een bezwaar?
    Het hoeft niet persé zo te zijn dat er maar één oplossing in het eindbeeld is.

  • Hoe rijmen jullie een warmtenet met temperaturen < 55 graden met een verantwoorde tapwatervoorziening? Betreft die 55 graden de aanvoertemperatuur in de woning of is het de temperatuur af bron/
    Je kunt inderdaad niet zonder voorzorgsmaatregelen veilig tapwater leveren dus zal er op woningniveau een oplossing moeten worden ingezet om legionella te voorkomen. Het meerjarige onderzoeksprogramma IEBB heeft een inventarisatie opgesteld van de beschikbare en potentiële technieken voor het veilig produceren van warm tapwater met een lagere aanvoertemperatuur vanuit het warmtenet.

  • In hoeverre wordt de netimpact (bijvoorbeeld bij hybride of full electric) meegenomen bij de beoordeling?
     Ja, dit wordt meegenomen. Een oplossing die minder impact of wellicht zelfs een positieve impact heeft op het functioneren van het elektricteitssysteem zal bijdragen aan een betere kwaliteitsbeoordeling van de onderdelen van de aanvraag met betrekking tot het systeem.

  • In het all-electric scenario moeten vooroorlogse woningen met deze isolatie-eisen naar een hoge temperatuur warmtepomp. Is dat inderdaad de bedoeling?
    Dat hangt van de gekozen oplossing af, er zijn andere opties mogelijk dan een hoge temperatuur warmtepomp. Bijvoorbeeld verder isoleren en een “gewone” warmtepomp, een MT warmtenet of een hybride warmtepomp (deze laatste in de stap voor stap aanpak).

  • Wordt er voor utiliteitsgebouwen ook een isolatienorm gevraagd?
    De Standaard die nu is ontwikkeld is geldig voor woningen, niet voor utiliteitsgebouwen. In deze uitvraag is niet specifiek om isolatiewaarden voor utiliteitsgebouwen gevraagd. Wel kan het zijn dat op andere manieren eisen aan utiliteitsgebouwen worden gesteld zoals bijvoorbeeld de verplichting dat kantoorgebouwen minimaal label C moeten hebben in 2023.

  • Kan het ook om in een gebied van ca 1200 woningen een combinatie te doen van 400 aardgasvrij en dan de rest hybride oplossing/aardgasvrij maken? De rest kan dan later op natuurlijke momenten aansluiten op het net dat in de hele wijk al ligt?
    Ja, dat kan.

  • Ik kreeg ook de indruk dat er nog niet echt is gekeken naar nieuwe technieken terwijl een proeftuin toch ook zou moeten zijn voor nieuwe technieken?

    De Rijksbijdragen zijn niet persé bedoeld voor innovatieve technische oplossingen, maar dat kan natuurlijk wel. Wel is het zo dat de nieuwe techniek echt concreet perspectief moet hebben op toepassing in de praktijk. Technieken die nog in het ontwikkelstadium zijn of eerst (kleinschaligere) demonstratie nodig hebben, passen wellicht beter bij andere regelingen zoals de DEI+ aardgasvrij regeling.

Beantwoording vragen over thema: participatie en communicatie

Klik op 'Lees meer' voor de meestgestelde vragen en antwoorden over het thema participatie en communicatie. 


  • Uit bewonerstevredenheid onderzoek blijkt dat wijken met bewonersinitiatief meer tevredenheid geven. Is de aanwezigheid van een initiatief onderdeel aanscherping? want dat is anders dan participatie door de gemeente.
    Nee, bewonersinitiatieven zijn geen aanscherping van de proeftuin aanvragen.

  • Er is meer aandacht nog voor participatie en draagvlak. Moet het draagvlak vanuit inwoners al bij de aanvraag zelf zijn gepeild en bewezen of mag dat inderdaad in 2022 via bewonersbijeenkomsten en communicatie nog worden onderbouwd
    Draagvlak vanuit inwoners is belangrijk voor het slagen van een proeftuintraject. In verschillende stadia van het project zul je aan draagvlak moeten werken dus ook in 2022, maar van belang is dat in de aanvraag nu ook kan worden aangetoond dat er draagvlak is voor de plannen. Dat mag ook op een andere manier dan bijeenkomsten.
    Is het de bedoeling dat je de propositie voor bewoners al in de aanvraag opneemt? Het is veel werk om van je businesscase en ontwerp naar een propositie te komen. Of de vraag anders geformuleerd, hoe gedetailleerd willen jullie de propositie voor bewoners?
    Uitvoeringsgereed is een zwaarwegend criteria dat geldt bij zowel financiën en techniek als bij participatie. Dus hoe concreter de plannen zijn gekoppeld aan draagvlak des te beter. Uitvoering gereed geldt voor alle thema’s. Je moet kunnen onderbouwen dat je in uiterlijk 2022 kan starten met de uitvoering. Je kan goed scoren op de techniek of financiering, maar als je nog nooit met de mensen in de wijk hebt gesproken dan ben je nog niet uitvoering gereed. Je moet aannemelijk maken dat je uiterlijk in 2022 kan starten met uitvoering. Zie de beschrijving van uitvoeringsgereedheid in de uitvraag onder 1.4.1. Voorwaarden in de derde ronde - Programma Aardgasvrije Wijken

  • Wanneer spreek je van een bewonersinitiatief? Wij hebben een wijk waar geen bewonersinitiatief is en gezien de aard nooit niet zal komen. Wel zijn bewoners bereid mee te denken, te adviseren.
    Bij participatie is het vooral belangrijk dat de aanpak aansluit bij de mensen in de wijk. Past een bewonersinitiatief niet bij de aard van een wijk, dan is dat prima. Wel is belangrijk dat uit de aanvraag blijkt hoe en wanneer de bewoners een plek krijgen in de transitie.

  • Is er een eenduidige definitie van draagvlak om aan te toetsen?
    Draagvlak kan op verschillende manieren duidelijk worden en is ook afhankelijk van bijvoorbeeld de trede op de participatieladder. Draagvlak is anders als er sprake is van een bewonersinitiatief, dan wanneer er vooral geïnformeerd en om advies wordt gevraagd. Beide kunnen voor genoeg draagvlak zorgen.

  • Vraag over de rol van initiatieven: is het onderdeel aanscherping op welke trede participatieladder je staat? Is het een pre om op de bovenste trede te staan?
    Nee, het is geen pré om op de bovenste trede te staan. Het is vooral belangrijk dat op basis van de wijkanalyse een voor die wijk geschikte keuze wordt gemaakt welke trede van de participatieladder past bij de wijk.

  • Hoe tonen we in de aanvraag aan dat er (voldoende) draagvlak is voor het concept/de oplossing? Intentieovereenkomsten met bewonersinitiatief kan, met alle 500 bewoners wordt lastig.
    Intentieovereenkomsten zijn handig, maar andere middelen zoals bijvoorbeeld kwalitatief onderzoek kunnen ook aantonen dat er genoeg draagvlak is.

  • Jullie zoeken naar spreiding in participatieaanpakken, kunnen jullie dit concreet maken? Welke P-aanpakken zijn er al in de bestaande proeftuinen en welke P-aanpakken zoeken jullie nog?
    Het is vooral belangrijk dat de aanpak aansluit bij de betreffende wijk en dat dit blijkt uit de wijkanalyse. Binnen de huidige proeftuinen is er al een aardige spreiding in participatie-aanpakken.

  • Is er een soort van aanname gemaakt waar een bewonersinitiatief moet staan om in aanmerking te komen voor de proeftuin subsidie? Hoe ver mag je van die aanname afwijken?
    Een van de criteria is uitvoeringsgereed op alle thema’s, dus ook op participatie: sociaal uitvoeringsgereed: in hoeverre is er al draagvlak binnen de hele wijk. Het gaat niet alleen om de mensen die in de coöperatie actief zijn, maar ook of dit initiatief iedereen in die wijk vertegenwoordigt en op draagvlak kan rekenen van de wijk.

    Uitvoeringsgereed geldt voor alle thema’s. Je moet kunnen onderbouwen dat je in uiterlijk 2022 kan starten met de uitvoering. Je kan een goed uitgewerkt financieel en technisch plan hebben, maar als je nog nooit met de mensen in de wijk hebt gesproken dan ben je nog niet uitvoeringsgereed. Je moet aannemelijk maken dat je uiterlijk in 2022 kan starten met uitvoering.

    Sociale uitvoeringsgereedheid. Naar wat voor dingen zijn jullie daarop zoek?
    Het is belangrijk dat je kan onderbouwen dat je de medewerking hebt van de wijk. Dat er sprake is van draagvlak moet blijken uit de aanpak, welke stappen in het proces hiervoor gezet worden. Dit hoeven niet per se intentieverklaringen te zijn maar ook bijvoorbeeld resultaten uit een enquête of kwalitatief onderzoek.

    Uit het bewonerstevredenheidsonderzoek blijkt dat het afhangt van de fase waarin een wijk zich bevindt wat voor vragen je moet stellen. Het is belangrijk dat je de juiste vragen stelt en zicht hebt op sleutelfiguren in de wijk. In proces kun je dat wel aangeven en hoe dat aansluit bij de wijk. Dat uitvoeringsgereedheid hebben we ingebracht omdat we wilde voorkomen dat er aanvragen binnenkomen die technisch en financieel tiptop zijn, maar waar er nog nooit met bewoners gesproken is. Belangrijk is dat je laat zien dat je inspeelt op de bewoners in de wijk en de vragen die zij hebben. Zie ook de link naar het Onderzoek bewonerstevredenheid in proeftuinen - Programma Aardgasvrije Wijken

    Wat zijn al goede of leuke ideeën om de bewonerstevredenheid te meten? (anders dan een enquête / vragenlijst etc.)
    Een aantal tips en voorbeelden lees je in: de handreiking aardgasvrij, Handreiking Participatie Wijkaanpak Aardgasvrij - Programma Aardgasvrije Wijken, Ken je wijk - Programma Aardgasvrije Wijken en Groepen bewoners - Programma Aardgasvrije Wijken

    Hier staat een onderdeel ‘ken je wijk’ en een onderdeel ‘groepen bewoners’ en daar staan ook een aantal technieken die je zou kunnen hanteren om je bewonerscommitment te kunnen meten. Daar staan bijvoorbeeld omgevingswandelingen en hoe je dat zou kunnen doen. En ook bij de OFL kun je meer informatie vinden over hoe je je wijk verder kunt benaderen. Daar staan ook voorbeelden en stappen die je kan nemen. Aardgasvrije wijken - Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving

Beantwoording vragen over thema: regie en organisatie

Klik op 'Lees meer' voor de meestgestelde vragen en antwoorden over het thema regie en organisatie.


  • Wat is de rol van burgerinitiatieven in het organisatieplan van de gemeente.
    Geen bewonersinitiatief is hetzelfde en daarmee is er geen eenduidig antwoord te geven op deze vraag. Wel is er een aantal zaken belangrijk.

    • Allereerst is het sterk aan te bevelen om met een bewonersinitiatief heldere afspraken te maken over de rolverdeling tussen gemeente en initiatief.
    • Naarmate het initiatief een grotere rol speelt, wordt het meer van belang dat de gemeente zich goed realiseert welke rol zij zelf pakt en hoe die rol zich kan ontwikkelen door de tijd heen. De gemeente heeft immers de regierol, neemt uiteindelijk de formele besluiten en is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van het proces (betrokkenheid stakeholders, vertegenwoordiging van diverse groepen bewoners uit de wijk, etc). Hoe die rol wordt ingevuld kan sterk verschillen per situatie.
    • Vaak is het zo dat een bewonersinitiatief niet kan zonder materiele ondersteuning van de gemeente. Het aardgasvrij maken van wijken kost immers veel tijd. Het verdient de aanbeveling om ook hier expliciete afspraken over te maken.
  • Is er al nagedacht over welke ondersteuning aan gemeenten wordt geboden waarvan de aanvraag uiteindelijk niet wordt toegekend en wel een intensief traject met bewoners zijn gestart?
    Gemeenten kunnen gebruik maken van het Kennis- en leerprogramma van PAW waarin veel kennis wordt gedeeld over het aardgasvrij maken van wijken en buurten. Het KLP is bedoeld voor alle gemeenten in Nederland. Er zijn al kennisproducten ontwikkeld, zoals de handreiking participatie. Ook zijn diverse kennisbijeenkomsten waar gemeenten aan deel kunnen nemen. Zie de link: Kennis- en leerprogramma - Programma Aardgasvrije Wijken

    Gemeenten kunnen ook de instrumenten benutten die vanuit de Rijksoverheid generiek worden ontwikkeld voor de warmtetransitie, zoals het warmtefonds en de ISDE.

  • Hoe zit het met eigenaarschap van o.a. bewoners en andere eindgebruikers? Hoe wordt dat gewaardeerd in de governance van de uitvoeringsoplossing en de proeftuin aanvraag?
    De wijze waarop de gemeente haar regierol invult, kan sterk verschillen per situatie. Het maakt bijvoorbeeld al veel uit of in de wijk overwegend huur aanwezig is of juist koop. Het is daarbij van belang dat de gemeente haar rol invult vanuit een heldere visie op de wijk en de eigen organisatie en dat de rollen en afhankelijkheden goed beschrijft.

  • Hoe expliciet/uitgebreid moet je zijn in je antwoorden over betrekken stakeholders? Wees zo expliciet en concreet als mogelijk is. Onderbouw de betrokkenheid van stakeholders het liefste met verifieerbare uitspraken, intentieverklaringen, uitgewerkte samenwerkingsverbanden etc. Een matige of onduidelijke betrokkenheid van de belangrijke stakeholders is een risico voor de uitvoeringsgereedheid van de aanvraag.

Beantwoording vragen over thema: verbinden van opgaven

Klik op 'Lees meer' voor de meestgestelde vragen en antwoorden over het thema verbinden van opgaven. 


  • Een vraag over 6.6. Versterken wijkeconomie (rij 129 in bestand ‘Coördinatie aanvraag PAW’); wat wordt bedoeld met wijkeconomie? (vb: een aantal betaalde krachten uit de wijk in initiatief, meer financiële ruimte bewoners?, bijeenkomsten in lokale horeca, catering met lokale horeca)
    Wijkeconomie is een ruim begrip en mag ook als zodanig geïnterpreteerd worden. Lees ‘ versterken wijkeconomie’ als ‘wordt de wijk er beter van’.

  • Ondersteunen van installateurs is ook economisch een optie in kader van economie?
    Ondersteunen van installateurs is wat ruim genomen. Maar het inzetten van lokale installateurs zou je hier wel onder kunnen scharen.

Cookie-instellingen
Cookie-instellingen sluiten

Cookie-instellingen

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies in onze cookieverklaring.


Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens en zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website.

Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.

Deze cookies zijn van aanbieders van externe content op deze website. Denk aan film, marketing- en/of tracking cookies.