Gestelde vragen en antwoorden 14 en 16 september

Op deze pagina vind je een overzicht van alle gestelde vragen en antwoorden uit de chats en de vooraf gestelde vragen van de expertsessies 14 en 16 september. 


Ga snel naar:

  1. Beantwoording vragen over het thema: kosten en financiering
  2. Beantwoording vragen over het thema: technische oplossingen
  3. Beantwoording vragen over het thema: participatie en communicatie
  4. Beantwoording vragen over het thema: verbinden van opgaven
  5. Algemene (proces)vragen

Beantwoording vragen over het thema: kosten en financiering

Klik op 'Lees meer' voor de meestgestelde vragen en antwoorden over het thema kosten en financiering. 


  • De Duurzaamheidslening via SVn is niet beschikbaar voor bewoners van 75 jaar en ouder. Hoe voorkomen we deze potentiële uitsluiting van de oudere Nederlander bij verduurzaming?
    Het is belangrijk dat alle eigenaren van een koopwoning de verduurzaming en het aardgasvrij maken van hun woning kunnen financieren. Voor de financiering van (een deel van) de investering heeft de overheid een aantal subsidieregelingen opgezet. Bijvoorbeeld de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE), de Subsidie energiebesparing eigen huis (SEEH) en een aantal gemeenten hebben hun eigen subsidieregelingen. Voor het deel van de investering waar geen subsidie voor is, moet de eigenaar de financiering zelf regelen. Veel eigenaar-bewoners financieren dit door hun spaargeld te gebruiken, door de investering mee te financieren in hun bestaande hypotheek of door een Energiebespaarlening af te sluiten. Dit is echter niet voor alle woningbezitters mogelijk, omdat niet iedereen daarvoor de financiële ruimte heeft of omdat er een leeftijdsgrens is gesteld in de financieringsvoorwaarden. Daarom heeft het Nationaal Warmtefonds de Energiebespaarhypotheek opgesteld.

    De Energiebespaarhypotheek is een hypothecaire lening met bijzondere voorwaarden en wordt verstrekt naast de bestaande hypotheek of leningen bij een andere kredietverstrekker. Het bijzondere aan deze hypothecaire lening is dat de kredietnemer de eerste 3 jaren helemaal niets betaalt. Hij of zij betaalt dus geen rente en ook geen aflossing op de lening. In plaats daarvan betaalt de overheid de rente, via het Nationaal Warmtefonds. De aflossing wordt uitgesteld en gefinancierd uit een tweede door het Nationaal Warmtefonds beschikbaar gestelde lening (de Combinatielening).
  • Wanneer komt een eigenaar-bewoner in aanmerking voor een Energiebespaarhypotheek?
    • Een eigenaar-bewoner komt in aanmerking voor een Energiebespaarhypotheek als een aanvraag voor een Energiebespaarlening niet kan worden gehonoreerd vanwege onvoldoende financiële draagkracht, leeftijd of bepaalde BKR-criteria.
    • De aanvrager dient eigenaar én bewoner te zijn van een bestaande woning gelegen in een proeftuin aardgasvrije wijken, een gemeentelijke wijkaanpak of wijkaanpak van een woningcorporatie waarbij ook de eigenaar-bewoners in de wijk de woning verduurzamen (gespikkeld bezit).
    • Het is niet mogelijk direct een Energiebespaarhypotheek aan te vragen. Het startpunt is altijd een aanvraag van een reguliere Energiebespaarlening. Wordt die aanvraag afgewezen op basis van inkomen, leeftijd of bepaalde BKR-criteria, dan is een aanvraag voor een Energiebespaarhypotheek mogelijk.
    • Voor aanvragers geldt geen leeftijdsgrens.
    • Al uitgevoerde maatregelen kunnen niet worden meegenomen in de Energiebespaarhypotheek, tenzij deze maximaal twee maanden voorafgaand aan de aanvraagdatum zijn uitgevoerd.
  • Heeft de eigenaar-bewoner recht op ISDE-subsidie "aansluitkosten warmtenet" alsmede op een WP-subsidie als er sprake is van een (Z)LT-net met een WP per woning?

    Voor eigenaar-bewoners geldt dat zij subsidie kunnen aanvragen voor twee typen investeringen die bestemd zijn voor de productie van duurzame energie (ruimteverwarmingstoestel dan wel waterverwarmingstoestel en zonneboiler), als ook voor investeringen die bestemd zijn voor energiebesparende isolatiemaatregelen of de individuele aansluiting op een warmtenet.  

    De eigenaar-bewoner kan voor de aansluiting op het warmtenet en voor de warmtepomp ISDE-subsidie aanvragen mits deze voldoet aan de voorwaarden van de subsidieregeling. Voor eigenaar-bewoners is de voorwaarde dat zij een aanvraag voor subsidie alleen kunnen indienen nadat de investering is geïnstalleerd, aangebracht of aangesloten. Een aanvraag kan maximaal een jaar na het installeren, het aanbrengen of aansluiten van de investering worden ingediend. Dat geldt voor de aansluiting op een warmtenet en voor de installatie van de warmtepomp. Controleer, voordat je een aanschaf voor een apparaat doet, eerst de apparatenlijst warmtepompen op de RVO-website. Je kunt ISDE-subsidie ontvangen voor de aansluiting op een warmtenet. Dat kan als je eigenaar bent van de koopwoning en deze woning u hoofdverblijf is of direct na renovatie wordt. De subsidie voor een aansluiting op een warmtenet bedraagt €3.325.

    Kijk voor alle voorwaarden betreffende de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) op de website van de RVO.

  • We willen graag weten wat is de invloed van het aantal woningen op de selectie. Als we gemotiveerd afwijken en een project definiëren van 1.200 woningen ipv 500 woningen. Is het dan zo dat dat als de twee identieke projecten worden aangevraagd echter één voor 1.200 en één voor 500 (dus ook hetzelfde bedrag aanvragen, 4.000.000 euro), dat het project met 1.200 woningen hoger scoort vanwege een hogere kosteneffectiviteit per woning?
    De gemiddelde Rijksbijdrage per proeftuin is circa 4 miljoen euro. Bij vergelijkbare aanvragen, qua aanpak en beoordeelde kwaliteit, is kostenefficiëntie een mogelijk afwegingscriterium. De omgerekende gevraagde bijdrage per woning en per woningequivalent kan door de Adviescommissie worden meegewogen in de selectie.
  • De businesscase voor bewoners (gebouweigenaren) en businesscase voor het WijkEnergieBedrijf zijn in ons project twee losse .XLSX-documenten. Moeten deze documenten voor indiening worden samengevoegd tot één .XLSX-document bij de PAW aanvraag of mogen ze als twee aparte bestanden ingediend worden?
    Bij het indienen van de aanvraag voor de proeftuinen kan slechts één Excel-bestand (xlsx-document) worden aangeleverd.
  • Er is een second opinion gedaan door een extern adviesbureau op de businesscase voor bewoners (gebouweigenaren) en de businesscase voor het WijkEnergieBedrijf.  Mogen deze documenten integraal worden ingediend als bijlagen bij de PAW-aanvraag?
    Ja, dat mag. In het aanvraagformulier onder punt 2.7 Bestaande studies, overeenkomsten en afspraken bent u in de gelegenheid bestaande studies, overeenkomsten, etc. te uploaden. Deze bestanden worden niet meegenomen in de beoordeling. De antwoorden die u in het aanvraagformulier invult, zijn doorslaggevend. De uploadmogelijkheid wordt alleen gebruikt voor substantiering van de feiten in het aanvraagformulier en dan nog uitsluitend, voor zover dat naar het oordeel van de experts onder coördinatie van RVO en de Adviescommissie wenselijk is.
  • Wij vragen parallel aan de PAW-aanvraag ook een andere subsidie aan. Wat zijn de regels m.b.t. overlap van subsidies?

    De Rijksbijdrage die toegekend wordt aan de proeftuin is geen subsidie. De Rijksbijdrage in de derde ronde zal weer uitgekeerd worden in de vorm van een specifieke uitkering (SPUK). Het bedrag kan worden gecombineerd met andere regelingen. Ben je van plan een subsidie aan te vragen en verwacht je deze te krijgen? Benoem deze dan in de businesscase en beschrijf de risico’s indien deze subsidie niet wordt toegekend.

    Subsidies voor gebouweigenaren
    Voor verschillende gebouweigenaren zijn subsidieregelingen ingericht, waaronder:
    De Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE), waarmee woningeigenaren en zakelijke gebruikers subsidie kunnen aanvragen voor de aanschaf van een zonneboiler, een warmtepomp, aansluiting op  een warmtenet en isolatiemaatregelen;
    Subsidie energiebesparing eigen huis (SEEH) voor VvE: voor energiebesparende maatregelen of energieadvies;
    Subsidieregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH)
    Regeling Vermindering Verhuurdersheffing (RVV)

    Andere relevante regelingen zijn met name bedoeld voor bedrijven, zoals de Energie-Investeringsaftrek (EIA) en de Subsidie Hernieuwbare Energie (HER+).

    Deze subsidies voor gebouweigenaren kunnen gecombineerd worden met de Rijksbijdrage aan de gemeente in het kader van de Proeftuin Aardgasvrije Wijken. Kijk op de website van de RVO van de betreffende subsidieregeling voor de voorwaarden.   

    Hoe kan ik als gemeente subsidies verstrekken aan een warmteproject?

    Dit kan op twee manieren:
    Het geven van gemeentelijke garanties om het vollooprisico* af te dekken.
    Een projectsubsidie

    Een eenmalige projectsubsidie verstrek je als er in de businesscase een onrendabele top bestaat. Hiervoor gelden voorwaarden om staatssteun te voorkomen. Zo mag deze subsidie alleen gebruikt worden voor de onrendabele top. Daarnaast zijn er specifieke eisen voor steun aan de bron en de infrastructuur. Dit vraagt grote transparantie in de businesscase zodat het duidelijk is op welk onderdeel het project onrendabel is. Meer informatie over staatssteun vind je op de website van de Rijksoverheid.

  • Hoe wordt de PAW uitkering bepaald, is dat 40% van de onrendabele top?
    De Rijksbijdrage kan ingezet worden voor de financiering van de meerkosten bij de uitvoering van het project ten opzichte van het voortzetten van de huidige situatie (wordt ook wel "onrendabele top" genoemd) en betreft het gedeelte van de investering wat niet afgedekt kan worden uit de exploitatie. Dit is dus de gehele onrendabele top in het project. Deze kosten moeten direct gerelateerd zijn aan de betreffende proeftuin en het aardgasvrij maken ervan, of in het geval er voor een stapsgewijze aanpak gekozen wordt, aan deze stapsgewijze aanpak.
  • Het bepalen van benodigde investeringen 'tot aan de standaard' blijft altijd een inschatting, omdat het onmogelijk is om in de aanvraag alle woningen door te lichten. Uiteraard is al vaak een inschatting gemaakt van kosten en effecten op de energieprestatie van woningen, vaak gerelateerd aan bouwjaar en woningtype. Is hier een overzicht van die beschikbaar gesteld kan worden aan alle indieners? Of moet ieder voor zich dezelfde exercitie doorlopen om te komen tot een reële inschatting?
    Omdat de benodigde investeringen sterk afhankelijk zijn van de eigenschappen van de gekozen wijk en wijkaanpak, is het aan de gemeente zelf om een reële inschatting te maken van de kosten. 
  • Financieringsovereenkomsten werden genoemd. Kun je dat punt nog wat uitgebreider toelichten? Bedoel je financiering van techniek, van het aanbod aan bewoners, wat voor overeenkomsten bedoel je?
    Bij onderdeel 2.7 ben je in de gelegenheid om bestanden op te nemen die dienen aan het substantiering van de feiten in het aanvragenformulier. Dat kunnen dus financieringsovereenkomsten zijn voor zowel de financiering van de bron, infrastructuur of object cq. aanbod aan de bewoners. Deze bestanden worden niet meegenomen in de beoordeling, maar kunnen de antwoorden in het aanvraagformulier wel ondersteunen. De antwoorden die je in het aanvraagformulier invult, zijn doorslaggevend.
  • Een intentie overeenkomst van een financier is voldoende?
    Uitvoeringsgereedheid is een selectiecriterium voor de derde ronde proeftuinen. De mate waarin het aannemelijk is dat, op basis van de in de aanvraag geleverde informatie, de aanpak direct na selectie als proeftuin van start kan gaan én in 2030 is afgerond. Hierbij gaat het om een combinatie van het reeds doorlopen proces (de fase waarin de aanpak zich bevindt), de wijze waarop de aanpak aansluit bij de kenmerken van de wijk, het tot nu toe verkregen draagvlak, de technische gereedheid, de financiële onderbouwing, en de wijze waarop de (project)organisatie is ingericht en het college en de Raad betrokken zijn.
    Een intentieovereenkomst van een financier kan de aanvraag ondersteunen. In algemene zin geldt: hoe verder het project in het financieringsproces zit, hoe meer dit bijdraagt aan de mate van uitvoeringsgereedheid van het project. 
  • Stel onrendabele top is €18.000 per woning, dan moet je onderbouwen waar je de overige 10.000 euro vandaan gaat halen?
    De Rijksbijdrage kan ingezet worden voor de financiering van de meerkosten bij de uitvoering van het project ten opzichte van het voortzetten van de huidige situatie (wordt ook wel "onrendabele top" genoemd) en betreft het gedeelte van de investering wat niet afgedekt kan worden uit de exploitatie. Dit betekent ook dat er eerst gekeken moet worden naar het inzetten van bestaande subsidies en de invloed van bijvoorbeeld besparing op energiekosten op het terugverdienen van de investering. De resultante is de onrendabele top en dus de onderbouwing voor de gevraagde rijksbijdrage. 
  • Als in het aaneengesloten gebied ook een stuk industrie ligt, dan hoeven we dat niet mee te nemen? (omdat Industrie in het Klimaatakkoord een eigen spoor heeft?)
    Onder een wijk wordt verstaan: een aaneengesloten geografisch geheel van gebouwen. Dit hoeft niet overeen te komen met de wijkindeling zoals gehanteerd wordt door het CBS. Ook dorpen en woonkernen vallen onder de definitie. Verder wordt in dit formulier gesproken over “wijk”. Alle gebouwen in de gekozen wijk maken deel uit van de aanpak. Het uitsluiten van gebouwen binnen het plangebied (bijvoorbeeld vanwege een andere eigendomssituatie of de functie) is niet mogelijk. Een gefaseerde aanpak van de wijk kan wel, geef dit helder aan in de planning van de aanpak.

    Het indienen van een bedrijventerrein met een mix van woningen, gebouwtypen en gebouweigenaren is wel mogelijk. Gebieden die uitsluitend de functie van bedrijventerrein of kantoorlocatie hebben, komen niet in aanmerking om een proeftuin te worden in de derde ronde.

  • Een deel van de financiering kan bij bewoners liggen (met name voor isolatie) en hiervoor kunnen toch geen garanties worden gevraagd?

    Omdat het investerings- en financieringsplan sterk afhankelijk is van de eigenschappen van de gekozen wijk en de wijkaanpak, is het aan de gemeente zelf om dit te bepalen. 
    Betaalbaarheid is een essentieel uitgangspunt. Er wordt dan ook gevraagd om aan te geven hoe de gemeente de betaalbaarheid borgt voor alle bewoners, als ook voor huishoudens zonder of met beperkte financiële draagkracht.

Beantwoording vragen over het thema: technische oplossingen

Klik op 'Lees meer' voor de meestgestelde algemene vragen en antwoorden over het thema technische oplossingen.


  • Hoe moeten we binnen de PAW-aanvraag omgaan met monumentale gebouwen? Moeten deze eenzelfde aanpak hebben als de andere gebouwen binnen het plangebied of mogen we deze uitzonderen?
    Het is belangrijk om het gehele gebied in de PAW-aanvraag mee te nemen, dus inclusief monumentale gebouwen. Echter, de aanpak, en ook de beoogde aardgasvrije oplossing mogen binnen het plangebied wel verschillen, zeker als hier goede redenen voor zijn.
  • We willen insteken op 100% duurzaam en betaalbaar, dit betekent dat we per woning in de wijk kijken wat de beste oplossing is. Wordt een aanvraag met een combinatie van duurzame technieken gewaardeerd door de beoordelaar, omdat wij van mening zijn dat dit de betaalbaarheid ten goede komt?
    100% duurzaam en betaalbaar is een uitstekend doel. Er moet goed onderbouwd kan worden dat dit het beste bereikt kan worden met verschillende eindoplossingen binnen een plangebied. Hoe het gewaardeerd zal worden door de Adviescommissie is afhankelijk van de onderbouwing die in de aanvraag wordt gegeven.
  • Met welke meeteenheid voor oppervlakte in kWh/m² als schilisolatie moet worden gerekend? Is dat bruto vloeroppervlak (kadastraal oppervlak) of moet de gebruiksoppervlakte volgens NTA8800 methode gebruikt worden?
    De meeteenheid voor het vloeroppervlak wordt bepaald aan de hand van NT8800.
  • Als warmteberekeningen gedaan zijn uitgaande van bruto vloeroppervlak, mag dan een verdeelsleutel losgelaten worden op de berekening, bijv. gebruiksoppervlakte/ bruto vloer oppervlak is gemiddeld 0,8?
    Nee, dat is niet mogelijk. De berekening van de Standaard moet met het correcte gebruiksoppervlak worden uitgevoerd.
  • Is, voor het bereiken van de isolatiestandaard bij naoorlogse woningen, balansventilatie een noodzaak of kan natuurlijke ventilatie ook?
    Natuurlijke toevoer kan. Meestal wel met CO² sturing, maar dat zal afhankelijk zijn van de specifieke situatie.
  • Ik lees meermaals dat jullie op zoek zijn naar specifieke technieken. Is dit een randvoorwaarde en zijn andere technieken (nagenoeg) kansloos?

    We zoeken in deze ronde wat aanvullend is op de huidige portefeuille proeftuinen om van te leren. HT-warmtenetten zijn niet volledig uitgesloten. Het is wel zo dat er niet specifiek gezocht wordt naar HT-warmtenet aanpakken, maar juist naar wat aanvullend is op de huidige portefeuille proeftuinen. Er zijn al voldoende proeftuinen met midden- of hoge temperatuur warmtenetten om van te leren.

    Ook is isolatie gericht op de Standaard deze ronde een randvoorwaarde. Aansluiting op een HT-warmtenet lijkt hierbij geen logische keuze. Een aanvraag met een HT-warmtenet zal waarschijnlijk weinig kansrijk zijn.

  • Hoe wordt bepaald/gemeten - vooraf en tijdens de uitvoering - of onze isolatieaanpak gericht is op het bereiken van de standaard?
    De Standaard voor woningen wordt berekend met de NTA8800. Lees meer op de website van PAW: Nieuwe standaard voor woningisolatie - Programma Aardgasvrije Wijken.

  • Bij een ZLT-bronnet mogen geen GJoules in rekening worden gebracht, in de warmtewet staat dat er alleen een vast bedrag in rekening mag worden gebracht, is er een maximum gesteld aan deze vaste bijdrage?
    Ja die is er, afhankelijk van de uitkomsten van de rekensom voor jullie project aan de hand van de rekenmethodiek uit het document ‘Toelichting tarief ZLT en Koude’, te vinden op: https://www.rvo.nl/sites/default/files/2019/04/Toelichting_tarief_ZLT_en_koude_maart2019.pdf. Ook hierbij wordt de gasreferentie gehanteerd, met daarbij de aanname dat de afnemer door middel van een warmtepomp de warmte voor ruimteverwarming en warm tapwater opwaardeert.

  • Welke mate van detail is nodig? Moet voor elk van de gebouwen die je meeneemt de exacte gebruiksoppervlak worden meegenomen in de berekeningen? Je mag niet vergelijkbare woningen samenpakken en met een gemiddelde vermenigvuldigen?
    Dit hangt af van het gebruiksdoel. Als je wilt toetsen of je aan de standaard voldoet, moet je dat per woning doen en mag je dus geen gemiddelden nemen. Als je een indruk wilt krijgen van de warmtebehoefte en hoe ver deze nog van de standaard af zit, dan zou je wel vergelijkbare woningen samen kunnen pakken.

  • Zijn ZLT-warmtenetten ook nog interessant of zijn daar ook al voldoende proeftuinen?
    In de derde ronde zoeken we naar proeftuinen die aanvullend zijn op de huidige proeftuinen, en daarvoor komen juist oplossingen met een lagere temperatuur (<55°C) en aanpakken met woningisolatie, al dan niet gecombineerd met een (hybride) warmtepomp, voor in aanmerking, omdat daar nog weinig proeftuinen van zijn.

  • ZLT zijn een dure optie, vandaar dat er ook maar weinig proeftuinen van zijn. Geldt echter bij selectie dat ZLT-net dat een lagere kosteneffectiviteit mag hebben MT-net en toch geselecteerd wordt?
    Ieder project wordt op verschillende aspecten beoordeeld. In deze regeling zoeken we juist naar oplossingen met een lagere temperatuur (< 55 graden), omdat er al meerdere netten met MT-levering in de proeftuinen te vinden zijn. Zolang de aanvraag voldoet aan de voorwaarden en de selectiecriteria, komt het project in aanmerking.

  • Uit onze ervaringen in de lopende proeftuin Garyp blijkt het onderscheid voor- en naoorlogs niet zo scherp te zijn! Ook naoorlogse woningen kunnen soms niet naar 50 graden of lager. En sommige vooroorlogse juist wel. Het is niet zo zwart-wit als we graag willen. Hoe ga je nu om met die mate van detailniveau?
    Dat de praktijk weerbarstiger is dan de simpele vooroorlogs-naoorlogs-scheiding is bekend. We zoeken wel naar aanpakken waar naar de standaard toe wordt geïsoleerd. Van te voren hiervan afwijken kan alleen als er tot op een zekere mate van detailniveau een onderbouwing is toegevoegd. Hierbij kan worden ingegaan op de kenmerken van de woningen en welke technische alternatieven er zijn overwogen.

  • Bij vraag 54 wordt gevraagd naar: Welke mogelijke technische risico’s zijn te onderscheiden? Kun je daarvan voorbeeld geven bij individuele hybride/all-electric warmtepomp?
    Technische en financiële risico’s hangen enigszins met elkaar samen. Een technisch risico is daardoor ook vaak een financieel risico. Een voorbeeld van een technisch risico bij een warmtepomp zou kunnen zijn dat de warmtepomp onvoldoende warmte levert voor de woning, bijv. doordat de isolatiemaatregelen niet goed zijn uitgevoerd, of de COP van de warmtepomp tegenvalt. Hoe beter de aanpak is uitgewerkt, bijvoorbeeld door het aanhaken van erkende installateurs en aannemers, hoe kleiner het technisch risico van deze toepassing zal zijn.

  • Bij vraag 55: Geef een kwantitatieve beschrijving van de isolatie ambitie en de mate van reductie van de warmtevraag voor ruimteverwarming en tapwater.-> in hoeverre kan tapwater warmte vraag gereduceerd worden met isolatie? Hoe kun je de tapwater warmtevraag verder nog verminderen, anders dan via gedrag?
    Dit kan bijvoorbeeld door gebruik te maken van een douche-wtw.

  • Nog een vraag ter herhaling. wat is het tempniveau bij ZLT en wat bij LT?
    De temperatuur bij LT warmtenetten is <55°C, bij ZLT gaat het om temperaturen van <25°C.
     

Beantwoording vragen over het thema: participatie en communicatie

Klik op 'Lees meer' voor de meestgestelde algemene vragen en antwoorden rondom het thema participatie en communicatie.


  • Wij gaan een Wijk Energie Vereniging (WEV) oprichten. In welke mate draagt het bij aan een positieve beoordeling als we de conceptstatuten van de WEV als bijlage meesturen met de PAW-aanvraag?
    De rechtsvorm is niet van belang in de beoordeling, de mate van draagvlak wel. Onder het selectiecriterium uitvoeringsgereedheid wordt onder andere de sociale uitvoeringsgereedheid getoetst. Dit is de onderbouwing waarom verwacht mag worden dat er actief draagvlak is bij bewoners voor het aardgasvrij maken van hun woningen door middel van deze aanpak. En de wijze waarop is geborgd dat de aanpak mag rekenen op draagvlak bij en betrokkenheid van bewoners. De stand van zaken over het oprichten van een Wijk Energie Vereniging (WEV) kan dus wel een rol spelen bij het criterium uitvoeringsgereedheid.
  • Maakt het voor de beoordeling van de PAW-aanvraag uit of een Wijk Energie Vereniging in oprichting is zonder of met leden? Met andere woorden: maakt het voor de beoordeling uit of het project naast het oprichten van een rechtspersoon daarnaast ook al actief leden werft of heeft geworven?
    Zie ook bovenstaand antwoord. De aanpak moet duidelijk maken dat er draagvlak is in de wijk voor de aanpak. Uit de tekst moet blijken hoe de participatie- en communicatieaanpak er precies uit ziet. Hoe concreter hoe beter.
  • Maakt het voor een positieve beoordeling uit of er al getekende ‘Letters of Intent’ zijn opgesteld (juridische waarde) met samenwerkingspartners of is het benoemen van een intentie tot samenwerken voldoende?
    Goede samenwerkingsafspraken geven borging. Bij de selectiecriteria over uitvoeringsgereedheid wordt er onder andere op gelet of er aantoonbare betrokkenheid en reëel commitment van de belangrijke stakeholders is. ‘Letters of Intent’ dragen hier zeker aan bij.
  • Een aanvraag indienen is een hele toer, wat zijn de kansen over haalbaarheid en specifiek voor een stapsgewijze isolatie-aanpak?

    Voorafgaand aan de indiening kunnen we geen indicatie geven van de kansen op selectie bij de derde ronde. Wel zijn de algemene voorwaarden, de selectiecriteria en de spreidingscriteria zo zorgvuldig mogelijk omschreven. Deze kun je teruglezen bij ‘Voorwaarden in de derde ronde - Programma Aardgasvrije Wijken’. Je kunt op basis van deze criteria inschatten of je hier wel of niet aan voldoet.

    Zo moet bij een stapsgewijze isolatie-aanpak ook al het eindbeeld aardgasvrij op dit moment bekend zijn én moet het aannemelijk zijn dat de wijk in 2040 aardgasvrij zal zijn. Het criterium uitvoeringsgereedheid staat uitgebreid omschreven, waarbij ook is aangegeven op welke onderdelen dit precies getoetst wordt. Daarnaast wordt bij de selectie, rekening gehouden met spreiding, zie hiervoor ook de spreidingscriteria.

    In deze proeftuinronde is een maximum toe te kennen budget van 50 miljoen euro beschikbaar. Omdat dit bedrag lager is dan in voorgaande ronden, worden ook minder proeftuinen geselecteerd, naar verwachting 10 tot 12.
  • Het lijkt erop dat draagvlakproces belangrijker is dan het resultaat hoeveel draagvlak er wordt behaald, klopt dat?
    Het is belangrijk dat burgers tevreden zijn over het proces en er daarmee draagvlak is voor het aardgasvrij maken van de wijk.
  • Ik vind de nadruk vooral op bewoners liggen en terecht. Hebben jullie ook nog tips voor het betrekken van ondernemers (utiliteit) en particuliere verhuurders in de wijk?
    Betrek alle partijen die in een wijk wonen of werken bij het proces. Een goed participatieproces biedt ook kansen om de sociale cohesie of de wijkeconomie te versterken. Daarnaast is het ook voor lokale ondernemers belangrijk om vroeg te weten wat de keuzes zijn om van het gas af te gaan. Hiermee kunnen zijn eventueel ook eigen (investerings)beslissingen nemen.
  • Moet je dan in de aanvraag duidelijk maken wat en of er een verschil in benadering is bij de diverse doelgroepen?
    Hoe concreter dit proces kan worden omschreven hoe beter het is. Het is ook goed om het effect van het betrekken van deze groepen goed te omschrijven. Elke doelgroep biedt andere kansen en obstakels.
  • Toch nog (ook) even teruggrijpend op de vorige bijeenkomst over financiering, daarin werd gesproken over de noodzaak van een samenwerkingsovereenkomst (is dat dat geen intentieovereenkomst?) met de financiers. Als dat echt contractuele relaties omvat, dan betekent dit toch dat al de complete businesscase er moet zijn en een due diligence (zorgvuldigheid) doorlopen? Oftewel moet er al een panklaar project liggen? In 2 maanden tijd kan je namelijk geen echte samenwerkingsovereenkomsten opstellen.
    Samenwerkingsovereenkomsten tonen de participatie of intentie van participatie van de stakeholders. Het heeft daarom een positief effect op de uitvoeringsgereedheid van het project. Met uitvoeringsgereedheid wordt bedoeld: De mate waarin het aannemelijk is dat, op basis van de in de aanvraag geleverde informatie, de aanpak direct na selectie als proeftuin van start kan gaan én in 2030 is afgerond. Meer informatie over de uitvoeringsgereedheid
  • Wat is de rol van de participatieladder in de aanvragen?
    De participatieladder geeft een beeld van de participatie niveaus. Het is een hulpmiddel voor het ontwikkelen van je aanpak. Wat vooral belangrijk is, is dat de aanpak past bij de wijk en ook bij de rol die de gemeente zelf voor ogen heeft. Uit het bewonerstevredenheid onderzoekt blijkt dat bij projecten waar bewoners een actief zijn betrokken, vaker tevreden zijn. De rol die je bewoners geeft in het proces, moet passen bij de wijk en is belangrijk in een succesvolle aanpak. 
  • Hoe zit dat met participatie van bijv. scholen en kerken?
    Betrek alle partijen die in een wijk wonen of werken bij het proces. Een goed participatie proces biedt ook kansen om de sociale cohesie of de wijkeconomie te versterken. Daarnaast is het ook voor lokale ondernemers en maatschappelijke instellingen belangrijk om vroeg te weten wat de keuzes zijn om van het gas af te gaan. Hiermee kunnen zijn eventueel ook eigen (investerings)beslissingen nemen. Het actief betrekken van een school of kerk biedt kansen om bewoners weer op een andere manier te bereiken. Dus samenwerking met deze partijen draagt bij aan een groter bereik en draagvlak binnen een wijk.
  • Als uit draagvlak blijkt dat MT-net de voorkeur heeft dan LT, wat is jullie advies? Toch kiezen voor LT om dat PAW daar nu de focus op heeft? Met andere woorden wat is belangrijker draagvlak of keuze van technologie?
    Een advies kunnen wij niet geven. 
    In de derde en laatste ronde zoeken we gericht naar proeftuinen die een aanvulling zijn op de bestaande 46 proeftuinen om van te leren. Uit analyse van de huidige proeftuinen blijkt dat er nog weinig aanpakken zijn met een warmtenet op basis van lagere temperaturen (<55 oC) en aanpakken met woningisolatie, al dan niet gecombineerd met een (hybride) warmtepomp. Wel zijn er voldoende proeftuinen met midden (MT)- of hogetemperatuur-warmtenetten (HT) (70-90 oC), waterstof en groen gas. 
    Daarom zoeken wij projecten met lagere temperaturen. Dit staat los van het vraagstuk draagvlak.
     Het is van belang om tot een weloverwogen, lokale keuze te komen, passend bij de wijk. Daarbij is een goed participatieproces essentieel voor tevredenheid onder bewoners, zo blijkt ook het onderzoek naar bewonerstevredenheid in proeftuinen dat is uitgevoerd in opdracht van het PAW: Onderzoek bewonerstevredenheid in proeftuinen - Programma Aardgasvrije Wijken

Beantwoording vragen over het thema: verbinden van opgaven

Klik op 'Lees meer' voor de meestgestelde over het thema verbinden van opgaven.


  • Verbinden van opgaven: Scoor je als nog extra punten als je aangeeft hoe het aardgasvrij maken van de wijk zich verhoudt tot de klimaatadaptatie opgave?
    Klimaatadaptatie is een opgave die in veel wijken terugkomt, nu of op termijn. Dit komt dan naar voren in de wijkanalyse. Is dit het geval dan wordt verwacht dat je bekijkt of en hoe je het onderwerp verbindt aan de aardgasvrij opgave. Je kunt het dus ook gemotiveerd niet doen. De manier waarop je meenemen of niet meenemen motiveert, bepaalt de beoordeling.  
  • Wordt het ontlasten van het lokale elektriciteitsnet ook als het verbinden van opgaven gezien? Idem koeling meenemen? 
    Nee. Dit valt niet onder het verbinden van opgaven. Het betrekken van de netbeheerder valt wel onder Regie en organisatie.

Algemene (proces)vragen

Klik op 'Lees meer' voor de meestgestelde algemene vragen en antwoorden. 


  • Zijn er selectiecriteria bepaald, zo ja waar kunnen wij deze vinden?
    Ja, deze kun je vinden op: Voorwaarden in de derde ronde - Programma Aardgasvrije Wijken
  • Is er een bepaalde volgorde in prioriteit bij beoordeling van de 110 vragen? Met andere woorden geeft de éne vraag meer punten dan een andere vraag? Zo ja wat is de prioriteit?
    Er is geen punten/- prioriteitsverdeling in de beoordeling van de aanvragen. Hoe de selectieprocedure in zijn werk gaat, staat hier beschreven: Selectie van de nieuwe proeftuinen - Programma Aardgasvrije Wijken. De voorwaarden en selectiecriteria zijn hier te vinden: Voorwaarden in de derde ronde - Programma Aardgasvrije Wijken.
  • Moet 2030 volledig aardgasvrij zijn, ook de peikketel op biogas bv?
    Als wordt gekozen voor een ‘directe’ aardgasvrij aanpak, moet de aanpak erop gericht zijn om de wijk in 2030 aardgasvrij te maken. Indien er (onderbouwd) gekozen is voor een stapsgewijze aanpak, moet de wijk uiterlijk in 2040 aardgasvrij zijn. Uitzondering hierop is indien er gekozen wordt voor het eindbeeld groen gas of waterstof bij een stapsgewijze aanpak. Dan kan het mogelijk zijn dat de toevoer nog niet geheel verduurzaamd is in 2040 en dat er nog een resterende bron van aardgas is die via de bronnenaanpak verduurzaamd wordt na 2040.
  • Hoeveel .xls bestanden kun je maximaal uploaden in het formulier?
    In het aanvraagformulier kun je verschillende documenten uploaden. Op de webpagina 'Uitleg uploads' vind je een toelichting per upload en wat het voorgeschreven aantal is. Bij overschrijding van het voorgeschreven aantal wordt het teveel niet meegenomen bij de beoordeling. 
  • Hoe zwaar werkt de diversiteit van de aanvragen door? Als er veel van dezelfde typen aanvragen zijn (bijv. qua techniek, omvang, energie-efficiënte, stapsgewijze aanpak) en die zijn allemaal heel goed, hoe wordt dat afgewogen tegen minder goede maar unieke aanvragen?
    Naast de algehele kwaliteit, uitvoeringsgereedheid, energiebesparing en –efficiëntie en opschalingsperspectief, neemt de Adviescommissie ook de spreidingscriteria mee bij het opstellen van haar advies voor de te selecteren proeftuinen. De commissie streeft bij de totstandkoming van het advies naar een zo divers mogelijke portefeuille met in ieder geval spreiding over technieken, participatieaanpakken en een evenwichtige spreiding over grote/kleine gemeenten, verdeling van huur- en koopwoningen en utiliteitsgebouwen. De wijze van beoordelen staat verder beschreven op de webpagina 'Voorwaarden in de derde ronde'
  • Is het formulier ook toegankelijk voor niet-ambtenaren?
    Alleen een gemeente kan een aanvraag indienen met minimaal E-Herkenning niveau 2+.
    Bekijk de vragen van het aanvraagformulier.
  • Hoe concreet moet het B&W besluit? Moet er een kopie van de besluitenlijst meegestuurd worden? Moet er een ondertekende brief door B&W bij de in te dienen aanvraag bijgevoegd worden?
    Goedkeuring door het college B&W is een randvoorwaarde voor indiening van de aanvraag. Hoe deze goedkeuring geregeld wordt, is aan de gemeente zelf om te bepalen. Er hoeft geen collegebesluit te worden aangeleverd. Met het indienen van de aanvraag verklaart de gemeente dat de aanvraag door haar college van B&W is goedgekeurd.
  • Kunnen de PAW scoringscriteria en het relatieve belang van alle criteria ten opzichte van elkaar, die worden toegepast door het beoordelingsteam, voorafgaand aan de aanvraag gedeeld worden?
    Je kunt de selectiecriteria vinden via de webpagina 'Voorwaarden in de derde ronde'.
    Samenvattend: allereerst speelt de algehele kwaliteit van de aanvraag op de uitgevraagde vijf thema’s een belangrijke rol. Daarnaast wordt in het bijzonder gelet op uitvoeringsgereedheid, energiebesparing en –efficiëntie en opschalingsperspectief. Deze criteria worden hieronder nader toegelicht. Bij de selectie kijkt de Adviescommissie Aardgasvrije Wijken ook naar de zogenaamde spreidingscriteria (zie paragraaf 1.4.4). Het kan voorkomen dat een aanvraag goed scoort op kwaliteit en toch niet geselecteerd wordt op grond van de spreidingscriteria. Andere aanvragen kunnen vanwege de spreidingscriteria beter passen in de portefeuille van alle proeftuinen om van te leren. Voor deze ronde proeftuinen is sprake van een maximum toe te kennen budget van 50 miljoen euro. 
  • Aangezien de PAW een rijksbijdrage is, geen subsidie, betekent dat dan dat een gemeente geen risico loopt op ongeoorloofde staatssteun zodra de aanvraag wordt gehonoreerd?
    De rijksbijdrage die toegekend wordt aan de proeftuin is geen subsidie. De rijksbijdrage in de derde ronde zal weer uitgekeerd worden in de vorm van een specifieke uitkering (SPUK).. Bij het uitkeren van de bijdrage van BZK aan een gemeente is geen sprake van staatssteun. Op het niveau tussen Minister en gemeenten is er geen sprake van staatssteun in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU). 
  • Is het een pré als je sporthal en dergelijke meeneemt in je project?
    Onder een wijk wordt verstaan: een aaneengesloten geografisch geheel van gebouwen. Dit hoeft niet overeen te komen met de wijkindeling zoals gehanteerd wordt door het CBS. Verder wordt in dit formulier gesproken over “wijk”. Alle gebouwen in de gekozen wijk maken deel uit van de aanpak. Het uitsluiten van gebouwen binnen het plangebied (bijvoorbeeld vanwege een andere eigendomssituatie of de functie) is niet mogelijk. De logica om een sporthal of ander gebouw wel of niet mee te nemen, hangt dus af van het gekozen gebied en de gekozen aanpak.
  • Wat is het nut van al deze regels? Gaan ze niet veel te ver? Het lijkt alsof alle aanvragen in dezelfde mal gedrukt worden. Dat doet toch afbreuk aan het proeftuin-idee?
    Het doel van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) is om te leren op welke wijze de wijkgerichte aanpak kan worden ingericht en opgeschaald. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van grootschalige proeftuinen en een bijbehorend Kennis- en leerprogramma (KLP). Inmiddels hebben we veel geleerd over de elementen waaraan een aanpak moet voldoen om meer kans van slagen te hebben. Deze elementen zijn verwerkt in de uitvraag. Bovendien zoeken we iIn de derde en laatste ronde gericht naar proeftuinen die een aanvulling zijn op de bestaande 46 proeftuinen om van te leren. 
Cookie-instellingen
Cookie-instellingen sluiten

Cookie-instellingen

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies in onze cookieverklaring.


Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens en zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website.

Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.

Deze cookies zijn van aanbieders van externe content op deze website. Denk aan film, marketing- en/of tracking cookies.