De grootschaligheid van de energietransitie en kleinschaligheid van een buurt: gaat dit samen?

De energietransitie is een grote, landelijke opgave. Hoe gaat dat samen met de kleinschaligheid van de buurt, daar waar het moet gebeuren? Marleen Stikker, voorzitter van het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving, ging erover in gesprek met diverse gasten.


Aanpak op landelijk niveau

Maarten van Poelgeest bijt het spits af. Hij is voorzitter van het Uitvoeringsoverleg Gebouwde omgeving, onderdeel van het Klimaatakkoord. Bewonersinitiatieven zijn momenteel nog niet vertegenwoordigd in het overleg, maar daar komt verandering in. Van Poelgeest: “Wat in de praktijk speelt, moet doorklinken aan de tafel van het uitvoeringsoverleg. Daar moeten we ontvankelijk voor zijn.”

Amsterdams buurtinitiatief

Tijdens het tweede gesprek vertelt Annette Schermer over de oprichting van energiecoöperatie Ketelhuis WG in Amsterdam, een buurtinitiatief van bewoners en ondernemers. Schermer is zelf mede-oprichter en projectdirecteur van de coöperatie. Uit eigen onderzoek blijkt dat de warmte uit het oppervlaktewater van het Jacob van Lennepkanaal voldoende capaciteit kan leveren voor de hele Amsterdamse buurt.

Samenwerking en maatwerk

Volgens Ruud Schuurs, onafhankelijk adviseur en onderzoeker in duurzaamheidsvraagstukken, toont dit Amsterdamse verhaal dat buurtinitiatieven weten wat ze willen en dat ook kunnen organiseren. Hij benadrukt wel dat niet elke buurt in Nederland per definitie geschikt is voor zo’n coöperatie als in Amsterdam. “Ik vergelijk het met een meubelmaker. Hij gebruikt altijd dezelfde tools, maar maakt steeds een ander meubel. Je kan iemand een toolbox geven, maar dan moet je diegene wel uitleggen hoe hij moet timmeren. Je moet elke keer opnieuw investeren in het mobiliseren van een wijk.”

Harriët Tiemens, wethouder in de gemeente Nijmegen, sluit zich bij Schuurs aan. Tiemens is verantwoordelijk voor de proeftuinen Dukenburg en Hengstdal en ziet dat niet iedere wijk geschikt is voor een burgerinitiatief. “Niet iedereen heeft zin in en tijd voor het oplossen van ingewikkelde problematiek. Het is per wijk verschillend of een bepaalde aanpak werkt. Proeftuinen laten dat goed zien.”

Ondersteuningsservice voor burgerinitiatieven

Stikker vervolgt de themasessie met nieuwe gasten en een nieuwe hoofdvraag: hebben warmtenetten de toekomst? Gerwin Verschuur richtte samen met buurtbewoners wijkenergiebedrijf Thermo Bello op, hij is algemeen directeur. “We leveren, distribueren en produceren warmte door het te onttrekken van drinkwater.” Er is veel interesse voor het model, merkt Verschuur. “Daarom zijn we nu bezig met het opzetten van een landelijke ondersteuningsservice voor burgerinitiatieven.”

Ook in Wageningen werken buurtbewoners samen aan een warmtenet. Anne Janssen, wethouder in de gemeente Wageningen, ziet dat het in de praktijk niet altijd makkelijk is. “We merken nu bijvoorbeeld dat we net te weinig kennis en ontwikkelcapaciteit hebben om echt die schop in de grond te zetten. Daarom gaan we op zoek naar een partner.” Volgens Roy Blokvoort, adviseur Warmtetransitie bij het Expertise Centrum Warmte, kan een buurtcoöperatie prima samenwerken met een commerciële partij. “Ik zie veel verschillende samenwerkingsmogelijkheden ontstaan.”

‘Programma Duurzame Wijken’

Diverse sprekers reflecteren op de gevoerde gesprekken. Donald van den Akker van kennisorganisatie Platform31 schrikt van de discussie. “De gesprekken zijn heel erg gericht op aardgasvrije wijken. De energietransitie moet niet gezien worden als doel, maar als middel om de leefomgeving te versterken. Ik hoop dat het nieuwe kabinet het Programma Aardgasvrije Wijken voortzet onder de naam ‘Duurzame Wijken’.” Jaap Drooglever, werkzaam bij het Programma Aardgasvrije Wijken, is een stuk positiever. “Ik voel dat er een krachtige beweging ontstaat in coöperatieve hoek.”

Tot slot geeft Suzanne Potjer, adviseur bij TwynstraGudde, antwoord op de centrale vraag. “De grootschaligheid van de energietransitie is niet te verenigen met de kleinschaligheid van de buurt. Maatwerk is belangrijk, maar gemeenten zien dat juist als struikelblok voor opschaling. Maar maatwerk betekent niet dat we overal het wiel opnieuw moeten uitvinden, we kunnen veel van elkaar leren.”

Cookie-instellingen